De Christenheid als Koekoeksjong

Gepubliceerd Tuesday, 3 January, 2006 in Drs. Jan van Barneveld · Publicaties 1 Comment

Een onsympathiek beestje

Een koekoek legt zijn ei al vroeg in het voorjaar. Niet in het eigen nest maar in het nest van een kleiner zangvogeltje. Dat vogeltje heeft niet in de gaten dat er een vreemd ei in het nest ligt en broedt het koekoeksei samen met de eigen eieren uit. Het koekoeksjong komt het eerste uit het ei. In plaats van zich netjes als een gast te gedragen werkt het de andere eitjes het nest uit. Het is zelfs waargenomen dat het koekoeksjong de jongen van het zangvogeltje het nest uitwerkte. Een naar beestje dat koekoeksjong!

Zo heeft de Christenheid zich tegenover Israël gedragen. Ik leg dat nog uit. Maar er is een groot verschil. Toen de Christenheid Israël het nest uitwerkte kwam er een grote Arend aanvliegen. Hij heeft Israël opgevangen. Het wonder van onze tijd is dat God Israël nu weer in Zijn nest zet.

Broederstrijd

Op aarde leefde Jezus als een Joodse rabbi. Hij werkte in Israël en bracht het Evangelie aan het Joodse volk. Alles was Hij deed en verkondigde was gebaseerd op de Tenach, dat deel van de Bijbel dat door de Christenheid het Oude Testament wordt genoemd. Het Nieuwe Testa- ment bestond toen nog niet eens. Het Evangelie is trouwens ook voornamelijk door Joden ge- schreven. De eerste gelovigen waren Joodse mensen. De niet-Joden zijn er pas later bijgeko- men. Voornamelijk door het zendingswerk van de apostel Paulus. Al heel gauw vormden de niet-Joodse gelovigen een meerderheid in de kerk en begon er een soort competitiestrijd met de Joodse synagoge. Deze broederstrijd was al in het jaar 140 na Chr. In volle gang. Toen zei een Christen-leider, Justinus de Martelaar tegen een Joodse ‘tegenstander’: “Wat uw Schriften betreft, of liever gezegd, niet de uwe maar de onze…”. De discussies liepen uit op een vijandigheid tegen het Joodse geloof en tegen het Joodse volk. Deze vijandigheid liep al snel uit op antisemitisme. Als antisemieten aan de macht komen wordt het pas echt gevaarlijk voor het Joodse volk. Dat hebben we tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nazi-Duitsland wel gezien. Wat de kerk betreft gebeurde dit onder keizer Constantijn de Grote (306-337), die het Christendom tot staatsgodsdienst maakte. Onmiddellijk maakte de kerk van de gelegenheid gebruik en in 315 werden de eerste beperkende en discriminerende wetten tegen de Joden uitgevaardigd. Kerkvaders en bisschoppen hielden vlammende preken tegen de Joden en hun geloof. God waarschuwde de kerk in het Romeinse Rijk. Roversbenden van de Hunnen en de Vandalen trokken er plunderend rond. Dat gebeurde in de 5e eeuw. Toen de kerk deze schok als door een wonder te boven kwam, begon het kerkelijk antisemitisme opnieuw. Joden werden vervolgd en hier en daar gedwongen zich bij de kerk te voegen. Het oordeel kwam toen door de Islam die omstreeks 650 heel Noord Afrika veroverd had zodat er, op Egypte na, nauwelijks of geen Christenen overbleven. Toch bleef de kerk tegen Israël preken en het antisemitische gif veroorzaakte voor de Joden de ‘hel van de Middeleeuwen’. Vooral tijdens de Kruistochten zijn er zeer veel Joden vermoord. Gods oordelen konden niet uitblijven en in 1348 brak in Europa de grootste epidemie uit die de geschiedenis gekend heeft. De pest maakte miljoenen slachtoffers. Ongeveer 1/3 van de bevolking bezweek aan deze vreselijke ziekte. We moeten het lange, vreselijke en beschamende verhaal van het ‘christelijke’ koekoeksjong, dat het kleine vogeltje Israël uit Gods nest wilde werken kort houden. Rest nog het feit dat de Nazi’s in Duitsland in hun antisemitische propaganda gebruik maakten van anti-Joodse uitspraken van de grote kerkhervormer Maarten Luther. Zo is er in de loop van de eeuwen een vloek over veel kerken gekomen.

Twee vragen en een antwoord

Hoe is dan de relatie tussen Israël en de kerk? Het Joodse volk gelooft toch (nog) niet in Jezus als Messias! De tweede en dringende vraag is: Hoe komen we van die vloek af? Het antwoord op beide vragen is heel eenvoudig. We moeten goed naar de Bijbel luisteren. ‘God gaf hun een geest van diepe slaap’ (Romeinen 11:8). De Here Jezus sprak expres tegen de Joden in gelijkenissen ‘opdat zij ziende niet zien en horende niet begrijpen’ (Lucas 8:10). Zij konden niet geloven (Johannes 12:39). Wat was en is nog steeds de reden hiervoor? Ook op deze vraag geeft Paulus antwoord: ‘Zij zijn naar het Evangelie vijanden ter wille van u’ (Romeinen 11:28). Want ‘door hun val is het heil tot de heidenen gekomen’ (Romeinen 11:11). Het is dus voor ons. In plaats dat de kerk Israël dankbaar is geweest, hebben we het Joodse volk vervolgd. Onze plaats is dat we door het geloof in de Here Jezus ‘medeburgers van de heiligen’ (Epheziërs 2:19) zijn geworden. In het verhaal van het koekoeksjong kunnen we zeggen: We zijn medebewo- ners van het nest van Israël geworden. We horen bij Israël. ‘De heidenen zijn medeërfgenamen, medeleden en medegenoten van de belofte in Messias Jezus door het Evangelie’ (Epheziërs 3:6). Let op het woordje ‘mede’! God gebruikt Israël én de kerk voor Zijn doel hier op aarde. Israël is Gods uitverkoren volk gebleven. Paulus gebruikt nog een beeld om ons dat duidelijk te maken. Hij vergelijkt Israël met een edele olijfboom. Er zijn in zijn tijd een paar takken afgebroken. Wij, niet-Joden, worden met een wilde olijfboom vergeleken. Mensen die in Jezus geloven worden door Hem geënt op de edele olijf, op Israël dus. U leest dit beeld ook in Romeinen 11.

De Christenheid staat dus schuldig tegenover Israël en tegenover de God van Israël. Daardoor rust er een vloek. Juist op het Christendom in Europa. Vandaar die afval. Daarom komt er maar geen opwekking. Hoe kom je van je schuld af? Door de zonde eerlijk te bekennen, te belijden. En door vergeving te vragen. En door je te bekeren en je houding (tegenover Israël) te veranderen.

Terug naar dichtbij

Het is erg te moeten constateren dat de Christenheid op dit moment nog niet veel heeft geleerd van haar anti-Joodse geschiedenis die nu al meer dan 18 eeuwen duurt. We moeten niet alleen terug naar onze bijbels-Joodse wortels, maar ook terug naar onze oudere broer Israël. Want de God van Israël, en die God is in en door de Here Jezus ook onze God, is bezig aan de eindafwikkeling van de wereldgeschiedenis. Dat betekent dat er na een periode van oordelen, die o.a. in het bijbelboek Openbaring beschreven zijn, het messiaanse Koninkrijk op aarde gaat aanbreken. In dat Vrederijk zal Israël een hoofdrol spelen. Wij doen ook mee. Als we tenminste onze plaats in Gods plan weer innemen. Die plaats is naast Israël. Ieder met een eigen taak. Voor ons zijn er op dit moment twee belangrijke prioriteiten: Ten eerste: Gebed voor en steun aan Israël. Ten tweede: De taak van wereldevangelisatie afmaken. Kerken en individuele Christenen, die zich aan deze twee taken wijden mogen nog een zegen van de Almachtige, de God van Israël, verwachten.

Eén reactie op “De Christenheid als Koekoeksjong

  1. 1
    paulien ten Cate zei: op 22 June 2007 om 07:46

    Er was eens een boer, die iedere morgen naar het weer keek en dan moest zeggen: Alweer een heldere wolkenloze lucht. Ook vandaag dus geen komst van Jezus, want Hij zal komen op de wolken.
    hartelijke groet van PAULIEN

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie

Reageer

Je email adres is nooit zichtbaar. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>