kotel001

Ben jij een Efraïmiet?

Gepubliceerd Monday, 13 May, 2013 in Weblogs · Weblogs Gastschrijvers 6 Comments


Weblog Bas van Twist, mei 2013
“Ik zal één volk van hen maken”
Wachters volgen Gods profetieën en richten zich op deze Bijbelse voorzeggingen. Als God belooft dat Hij de Israëlieten weg zal halen bij de volken waar ze terechtgekomen zijn en dat Hij één volk van hen zal maken in het land en op de bergen van Israël, dan zal dat ook gebeuren. Want wat Hij zegt, zal Hij doen (Ezechiël 37:14). Ga anders naar Israël en overtuig jezelf. God zegt immers tegen Zijn volk:

Jullie zijn Mijn getuige … dat Ik werkelijk God ben en dat Ik blijf wat Ik ben.” (Jesaja 43:12-13)

Hoe meer je let op Gods (kroon)getuige, Israël, des temeer bewijs je krijgt van Gods grootheid, liefde en trouw. In die zoektocht naar wat God ons wil laten zien, is Zijn heilige Geest van onderscheiding onmisbaar. Wij zijn immers snel geneigd om systematisch te denken en hangen onze ideeën en gedachten graag op aan dogma’s, die we vervolgens vurig verdedigen en onderbouwen met Bijbelteksten die ons uitkomen. En dat pakt zelden goed uit, althans voor het Joodse volk.

Een nieuwe leer lijkt de kop op te steken. In deze leer beweert men dat wij, niet-Joodse gelovigen, tot de zogenaamde ‘tien verloren stammen’ behoren. De gemeente uit de heidenvolkeren zijn Israëlieten en de landbelofte geldt ook voor ons.

Deze opvatting – die soms doet denken aan de Brits Israël-gedachte – komen we in allerlei varianten tegen onder verschillende benamingen. In Nederland wordt meestal gesproken over de ‘Efraïm-gedachte’. Hoewel er een grote consensus bestaat over de identiteit van de gemeente als zijnde de tien verloren stammen, zijn lang niet alle aanhangers even fanatiek in het uitdragen van hun gedachtegoed. Onder menig aanhanger bestaat een oprechte, diepe liefde voor het Joodse volk. Maar dat laat onverlet dat het geen kwaad kan de Efraïm-gedachte eens kritisch tegen het licht te houden aan de hand van een drietal kenmerkende stellingen – eerst de (vetgedrukte) stelling met een korte toelichting, daarna de kritische beschouwing.

Stelling 1: De tien stammen zijn verloren gegaan
De tien stammen zijn, nadat ze door de Assyriërs in ballingschap zijn weggevoerd, volledig geassimileerd en nooit meer teruggekeerd naar hun land. Niets bleef er van de tien stammen over (2 Koningen 17:18). Maar desondanks is de belofte aan Efraïm dat uit hem ‘tal van volken’ zullen voortkomen (Genesis 48:19) op wonderlijke wijze vervuld, namelijk toen de tien stammen zich in de diaspora op grote schaal gingen uitbreiden en zich uiteindelijk via Europa over de hele wereld hebben uitgebreid.

Kritiek
Tegen deze stelling is veel in te brengen. Ten eerste vermeldt 2 Koningen 17:19-20 dat  ook de Judeeërs zich niet hielden aan de geboden van God en God daarom alle nakomelingen van Israël verwierp. Maar we lezen, met name in de profeten, ook dat God niet vertoornd blijft op Zijn volk. Aan hun straf komt een einde (Jeremia 33:7-8). En dan grijpt God in – omwille van Zijn heilige naam. Hij leidt Zijn volk weg bij de volken, waarnaar Hij hen eertijds had verdreven (Ezechiël 36:22-38, Jesaja 11:13, Jeremia 3:18, Ezechiël 37:16-22) en Hij zal ‘de kinderen van Juda en de kinderen van Israël’ weer bijeenbrengen (Hosea 2:1, NBV).De bewering dat de tien stammen hun identiteit hebben verloren en zich via het kolonialiserende, christelijke Europa hebben verspreid over de hele wereld en thans de gemeente uit de heidenen bevolken – trekt bovendien Gods macht en betrouwbaarheid in twijfel.

Ten tweede blijkt uit verschillende onderzoeken en publicaties van onder andere Flavius Josephus (± 94), Menasseh ben Israel (1626) en Josselin (1743), dat de Israëlieten niet volledig zijn geassimileerd, maar dat velen hun identiteit hebben bewaard. Ook de Bijbel geeft daarvoor duidelijke aanknopingspunten. Hieronder de relevante feiten op een rijtje, met dank aan een studie van de Joodse bijbelleraar David Baron (1857-1926).

Met het krijgen van het eerstgeboorterecht, wordt Efraïm het nieuwe familiehoofd. Die leidersrol speelt de stam onder andere wanneer de Israëlieten het Beloofde Land binnentrekken, onder aanvoering van Jozua, uit de stam Efraïm. Toch lukt het Efraïm niet om de leiding over de stammen van Israël te behouden. De nieuwe leider wordt iemand uit de stam Juda, zoals Jacob al had voorzegd (Genesis 49:8-10, 1 Kronieken 5:2). Volgens Jacob zou dus Juda de leidersrol krijgen en niet Jozef en na hem Efraïm, hoewel God hen als eerstgeborene had aangewezen.

De rivaliteit tussen de stammen Efraïm en Juda komt tot uitbarsting als Jerobeam, uit de stam Efraïm, tien van de twaalf stammen zo ver krijgt dat ze zich in 922 v.Chr. afsplitsen van Juda, waardoor het Koninkrijk Israël in tweeën scheurt. Alleen Benjamin blijft Juda trouw. Zij vormen samen het zuidelijke rijk Juda, het Tweestammenrijk, met Jeruzalem als hoofdstad. De andere stammen vormen het noordelijke rijk Israël, met Samaria als hoofdstad (1 Koningen 12). In de Bijbel lezen we dat na de scheuring mensen uit het Tienstammenrijk zich ‘in groten getale‘ aansloten bij Juda (2 Kronieken 11:16-17, 15:9-15).

Als het volk halsstarrig blijft weigeren naar God te luisteren, laat God vanaf 722 v.Chr. de stammen uit het noordelijke rijk Israël door de Assyriërs in ballingschap wegvoeren (2 Koningen 17:7-18). Overigens wordt niet het volk als geheel meegevoerd, maar de notabelen en invloedrijken uit het volk. Velen blijven in het land achter.

Uiteindelijk worden ook de elite en degenen met invloed uit de stammen Juda en Benjamin, met de in hun steden wonende Levieten, vanwege hun ontrouw aan God, in 586 v.Chr. in ballingschap weggevoerd naar Babel (2 Koningen 17:19-20). Met Babel wordt zowel de stad bedoeld als het gehele rijk, waartoe ook de grondgebieden van het Assyrische Rijk behoren alsmede de koloniën van ballingen die vanuit het Tienstammenrijk zijn weggevoerd.

Met de ballingschap van de twee koninkrijken komt er een einde aan de verdeeldheid en rivaliteit tussen Juda en Israël. In Jeremia, Ezechiël en Daniël kunnen we lezen over de gezamenlijke hoop die onder de leden van de twee koninkrijken leeft.

In 536 v.Chr. zet God de Perzische koning Kores (Cyrus) ertoe aan om in zijn hele koninkrijk bekend te maken dat hij voor de Eeuwige, de God van de hemel, een tempel moet gaan bouwen in Jeruzalem. Kores roept ‘al diegenen die tot Zijn volk behoren’ op zich naar Jeruzalem te begeven om bij de bouw te helpen (Ezra 1:1-3). Het koninkrijk van Babel omvatte hetzelfde gebied als dat van Assur, waar de Israëlieten uit de tien stammen naar waren weggevoerd. Het is dan ook niet zo vreemd dat Kores aangeduid wordt als de koning van Perzië (Ezra 4:5), de koning van Babylonië (Ezra 5:13) of de koning van Assyrië (Ezra 6:22). Het bevel van Kores geldt dus voor alle nakomelingen van Jacob: zowel de twee stammen die naar Babel zijn verdreven als de tien stammen die 136 jaar eerder naar Assyrië zijn weggevoerd.

Onder leiding van Zerubbabel, uit de stam Juda, keren in die tijd zo’n 50.000 Israëlieten terug naar hun land (Ezra 2:64). Ze worden niet langer genoemd naar de stam waartoe zij behoren, maar naar hun families en naar hun steden waar zij ooit hebben gewoond. Het is daarom moeilijk vast te stellen hoeveel ballingen er uit Juda en hoeveel er uit Israël mee terugkeren. Maar dat er zich in het gezelschap velen uit het Noordelijke rijk bevinden, zoals uit Bethel en Ai, is duidelijk (Ezra 2:28).

Naar aanleiding van het besluit van Artaxerxes in 458 v.Chr. komt Ezra met nog een groep uit Babel (Ezra 7:7). Deze groep bestaat uit ongeveer 1.800 families, de priesters, de Levieten en de tempelhorigen niet meegerekend. Het zijn Israëlieten, ongeacht uit welke stam. Zij komen uit alle delen van het Assyrische of Babylonische rijk, dat dan inmiddels onder de heerschappij van de Meden en Perzen is gekomen. De populatie in Israël groeit fors en in de tijd van Jeshua wonen er in Israël enkele miljoenen Israëlieten uit alle stammen, zoals Paulus uit de stam Benjamin (Romeinen 11:1), Hanna uit de stam Aser (Lucas 2:36), Matteüs uit de stam Levi (Marcus 2;14) en Jozef uit de stam Juda (Matteüs 1:20).

Vanaf het verval van het Perzische rijk ontstaan er nederzettingen van Joden in Klein-Azië, Cyprus, Kreta, Macedonië en in andere delen van Zuid-Europa, Egypte en langs heel de Noordelijke kust van Afrika, ja, zelfs tot in India en China aan toe. Zonder enige twijfel worden veel van deze nederzettingen in de diaspora gevormd door degenen die nooit uit de ballingschap naar het land Israël zijn teruggekeerd. Dat het Israëlieten zijn uit alle twaalf stammen, blijkt bijvoorbeeld uit de brief van Jacobus, die hij richt ‘aan de twaalf stammen in de diaspora‘ (Jacobus 1:1).

Hoewel de nakomelingen van Jacob niet meer bekend staan als afzonderlijke stammen, maar als één volk, blijven de stammen en geslachtsregisters, met name van de inwoners van het land tot aan de verwoesting van de tweede Tempel, grotendeels bewaard, zo vertelt ons de Bijbel:

“Zo is heel Israël ingeschreven in de registers die zijn opgenomen in de kroniek van de koningen van Israël. De Judeeërs waren vanwege hun ontrouw als ballingen naar Babylonië gevoerd. Nu keerden de rechtmatige eigenaars weer terug naar hun bezittingen in de verschillende steden: gewone Israëlieten, priesters, Levieten en tempelknechten. In Jeruzalem vestigden zich families uit de stammen Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse(1 Kronieken 9:1-3)

En hoewel de overgrote meerderheid zich nog in de diaspora bevindt, waar zij talrijke gemeenschappen vormen, blijft Jeruzalem voor hen het nationale centrum. De verstrooiden voelen zich één met hun volksgenoten in het Heilige Land. Hoe kan het ook anders: ze komen uit hetzelfde nest, hebben hetzelfde fundament, koesteren dezelfde herinneringen en zien uit naar dezelfde toekomst. Tijdens Pesach, Shavuot en Sukkot maken velen van hen een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Zo somt Lucas in Handelingen 2:9 op uit welke landen en plaatsen er Joden aanwezig zijn op Shavuot (Pinksterfeest) in Jeruzalem. Het is een bont gezelschap van kosmopolitische Joden uit Israëlitische nederzettingen in gebieden waar ze eeuwen daarvoor door de Assyriërs en Babyloniërs naartoe zijn weggevoerd.

De stelling dat de tien stammen, nadat ze waren weggevoerd, volledig zijn geassimileerd en nooit meer zijn teruggekeerd naar hun land, is dus onjuist.

Stelling 2: Uit de tien stammen komt de gemeente voort
De heidense gelovigen zijn niet alleen in geestelijke zin Israëlieten, maar ook letterlijk behoren zij tot de nakomelingen van Jakob. De tien mannen uit volken met verschillende talen die een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: “Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is” (Zacharia 8:23), slaat op de tien verloren stammen. De gemeente uit de heidenen zijn Israëlieten en de landbelofte geldt dus ook voor hen. Israëlieten zijn geen Joden. Joden zijn afstammelingen van Juda. Omdat de Benjaminieten en Levieten zich aansloten bij het huis van Juda, worden zij ook als Joden beschouwd. Alleen de stammen Efraïm en Manasse erven de naam Israël. Als in de profeten over Israël wordt gesproken, wordt daarmee gedoeld op Efraïm en Manasse alsmede op de met hen verbonden stammen van het noordelijke rijk, maar nooit op de Joden. Als er in de Bijbel gesproken wordt over Joden, dan heeft dat nooit betrekking op geheel Israël, maar alleen op de stammen die gerekend worden tot het zuidelijke rijk Juda.

Kritiek
Deze gekunstelde stelling is ongeloofwaardig en blijkt onjuist zodra we de Bijbel goed lezen. In bijna alle brieven van Paulus worden Jood en Israëliet namelijk als synoniemen gebruikt (Romeinen 3:2, 15:8, 1 Korintiërs 9:20, Galaten 2:15). Ook uit andere bronnen is bekend dat al sinds de tijd van de ballingschap Jood en Israëliet synoniemen zijn voor iedere nakomeling van Jacob. Doordat de tien stammen niet langer onafhankelijk zijn, wordt Jood de gebruikelijke naam voor alle Israëlieten die hun identiteit willen bewaren. Een identiteit die nauw verbonden is met het koninkrijk van Juda en het huis van David. Het is volstrekt on-Bijbels te beweren dat iemand alleen dan Jood (Jehoedi) werd en wordt genoemd als hij een biologische afstammeling is van Juda (Jehoeda) of van de met Juda verbonden stammen Benjamin en Levi. Kijk naar Paulus. De ene keer  noemt hij zich ‘een Jood’ en de andere keer ‘een Israëliet’ of ‘een Hebreeër’ (Handelingen 21:39, Romeinen 11:1, 2 Korintiërs 11:22, Filippenzen 3:5). Ook van Jeshua staat geschreven dat Hij van het geslacht van David is, uit de stam Juda, dus een Jood, maar ook dat Hij uit de ‘Israëlieten’ is (Romeinen 9:1-5).

In het Joodse denken staat Israël overigens niet alleen voor het land en het (Joodse) volk, maar omvat dit tevens Gods nabijheid, de verbonden, de Wet, de tempeldienst en de beloften door God geschonken (Romeinen 9:4). Die begrippen zijn niet los te denken van Israël, maar daar een onlosmakelijk onderdeel van! Samen vormen ze Israël.

Op vele plaatsen in de Bijbel maakt God duidelijk hoe belangrijk en kostbaar voor Hem heel het huis (kol bajit) van Israël is. Hijzelf heeft Israël immers geformeerd (Jesaja 43:1). De liefde van God voor Zijn volk gaat zelfs zo ver dat Hij er alle andere volken voor over heeft om Israël te behouden (Jesaja 43:4). God wijst Israël aan als Zijn getuige, om te bewijzen dat Hij werkelijk God is (Jesaja 43:10-13). Hij heeft Israël aan het hoofd van alle volken gezet (Jeremia 31:7) om tot een Licht te zijn (Jesaja 42:8, 49:6). Israël is Zijn eerstgeboren zoon (Exodus 4:22), Zijn kostbaar bezit – kostbaarder dan alle andere volken (Exodus 19:5). God noemt Israël liefkozend Zijn oogappel (Deuteronomium 32:10, Zacharia 2:12), Zijn duifje (psalm 74:19), Zijn lieveling (psalm 83:4). En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Juist vanwege haar bijzondere roeping, heeft God Zijn volk afgezonderd, zodat het zich nooit verbindt met andere naties (Numeri 23:9b, Deuteronomium 33:28) – zelfs niet in de diaspora!

Stelling 3: Efraïm is de eerstgeborene van het Nieuwe Verbond
Efraïm is de uitverkorene van God, de drager van de grote zegen die God aan Abraham, Izaak en Jacob heeft gegeven. Voor hem en zijn nakomelingen geldt het Nieuwe Verbond. Niet voor de afstammelingen van Juda, de Joden. Dat blijkt uit de zegen die Jacob aan Jozef geeft. Jacob legt daarbij zijn handen niet op Jozefs hoofd, maar op die van zijn zonen, Efraïm en Manasse, waarbij hij zijn handen kruist, zodat hij zijn rechterhand op het hoofd van de jongste legt en zijn linkerhand op het hoofd van de oudste. Als Jozef ziet dat zijn vader zijn handen kruist en zijn rechterhand op Efraïm legt en zijn linkerhand op Manasse, sputtert hij tegen, maar Jacob wil het perse zo (Genesis 48). Daarom is Efraïm de eerstgeborene van het Nieuwe Verbond, het beeld van de menigte van volken die tot geloof zal komen (Galaten 3:8), en niet Juda, het Joodse volk, dat Jezus verwierp, waardoor het evangelie naar de heidenen, in het bijzonder naar de tien verloren stammen, is gekomen.

Kritiek
Nergens in de Bijbel lezen we dat Efraïm de eerstgeborene van het Nieuwe Verbond is of dat op de gemeente het eerstgeboorterecht van Efraïm is overgegaan. In Jeremia 31:31-34 lezen we daarentegen dat God een Nieuw Verbond sluit met ‘het volk van Israël en het volk van Juda‘, dus niks geen exclusiviteit voor Efraïm.In Israël kreeg de eerstgeborene een dubbel deel uit de nalatenschap (Deuteronomium 21:17). Maar naast dit materiële aspect zat nog een veel belangrijker geestelijk aspect. Via het eerstgeboorterecht verbond God Zich namelijk met de eerstgeborene en werd via hem de zegen doorgegeven aan de rest. Dat beeld vinden we terug in de verhouding tussen Israël en de heidenvolken. God heeft Zich met Zijn volk Israël, Zijn eerstgeboren zoon (Exodus 4:22, Hosea 11:1), verbonden, om voor de wereld tot Lichtdrager en tot zegen te zijn. God verkoos Israël niet ten koste van de andere volken, maar juist tot redding van de andere volken.

God kiest dus de eerstgeborene. Van de zonen van Abraham verkiest God Izaak, de ‘zoon der belofte’, boven diens oudere broer Ismaël (Genesis 17:19), en van Izaaks beide zonen verkiest Hij de jongere Jacob boven de ‘onverschillige’ Ezau (Genesis 25:23). Het eerstgeboorterecht staat dus los van de feitelijke volgorde qua geboorte.

Maar in de eerstgeborene wordt de rest vertegenwoordigd. De eerstgeborene is het nieuwe familiehoofd dat staat als deel voor het geheel (pars pro toto), want het gaat God om allemaal. De visie dat Efraïm exclusief de beloften die aan Abraham, Izaak en Jacob waren toegezegd, zou krijgen, is dus on-Bijbels.

In de Bijbel wordt er verder met geen woord over gerept dat het eerstgeboorterecht van Efraïm op de gemeente zou zijn overgegaan. De gemeente wordt ook nergens eerstgeborene genoemd. Alleen van Jeshua wordt gezegd dat Hij de eerstgeborene is (Hebreeën 1:6); eerstgeborene onder vele broeders (Romeinen 8:29), eerstgeborene van heel de schepping (Kolossenzen 1:15) en eerstgeborene van de doden (Kolossenzen 1:18). Maar een relatie tussen de gemeente en het eerstgeboorterecht van Efraïm wordt nergens gelegd.

Conclusie
De Efraïm-gedachte is dus heel wat minder onschuldig dan zij op het eerste gezicht lijkt. Ze is gebaseerd op on-Bijbelse uitgangspunten, feitelijke onjuistheden en op een uiterst dubieuze exegese. Maar desalniettemin durft men Israëls identiteit te claimen en daarmee een nieuwe vervangingsideologie te ontwikkelen. Men wil geen geënte wilde loot meer zijn, maar behoren tot de edele olijfboom (Romeinen 11:17-18). Net als vele niet-Joodse christenen in Rome destijds. Maar Paulus waarschuwt dat we ons niet moeten verheffen boven de takken van de edele olijf. Dat is nergens voor nodig. Je hoeft je niet te schamen voor je heidense identiteit. De veelkleurigheid van de naties vormt een essentieel aspect van Gods schepping. En voor elke heiden heeft God een plaats in Zijn Heilsplan met de wereld.Maar er zit nog een ander risico aan de Efraïm-gedachte. Door zich te distantiëren van de andere gelovige heidenen, distantieert men zich tegelijkertijd van onze collectieve, pijnlijke, christelijke geschiedenis. De kans dat men zich daardoor straks geen dader meer zal voelen, maar eerder slachtoffer, is niet ondenkbaar.

God roept ons op om de weg vrij te maken voor het volk Israël, om de stenen te verwijderen (Jesaja 62:10). Kom daarom alsjeblieft niet aanzeulen met nieuwe stenen! Er is nog genoeg puin te ruimen. Doe daarom de wachtersmantel om en richt je op Gods beloften voor het land en volk van Israël. Dan zal je ontdekken dat God bij machte is tot leven te wekken wat gedood is en te redden wat verloren is.

De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: “Juda, en de Israëlieten die bij hem horen.” Neem dan nog een stuk hout en schrijf daarop: “Jozef” – dat is het stuk hout van Efraïm – “en heel het volk van Israël dat met hem verbonden is.” Voeg die twee samen tot één geheel, zodat ze in je hand één stuk hout vormen. En als je volksgenoten je vragen: “Wil je ons vertellen wat je hiermee bedoelt?” zeg dan: “Dit zegt God, de HEER: Ik neem het stuk hout van Jozef – dat van Efraïm dus – en van de stammen van Israël die met hem verbonden zijn, en ik leg dat tegen het stuk hout van Juda aan. Ik maak er één stuk hout van, in mijn hand zullen ze één worden.” De stukken hout waarop je geschreven hebt, moet je duidelijk zichtbaar in je hand houden, en dan zeggen: “Dit zegt God, de HEER: Ik haal de Israëlieten weg bij de volken waar ze terechtgekomen zijn, Ik zal ze overal vandaan bijeenbrengen en ze naar hun land laten terugkeren. Ik zal één volk van hen maken in het land en op de bergen van Israël, en één koning zal over hen allen regeren. Niet langer zullen ze uit twee volken bestaan en verdeeld zijn in twee koninkrijken. (Ezechiël 37:15-22)

Amen!

6 reacties op “Ben jij een Efraïmiet?

  1. 1
    Dick Meurs zei: op 31 May 2013 om 10:10

    Beste allemaal;
    Als wachter begrijp ik niets van dit soort stukken op deze site. Ik lees vandaag:De Syrische president Assad zegt dat Rusland hem luchtdoelraketten voor de lange afstand heeft geleverd. Dat meldt een Libanees tv-station dat een interview met hem had.

    Ik geloof dat we als wachters wel wat wat anders aan ons hoofd hebben.
    Of gaan we onverschillig kerkelijk doen en onszelf allesweters achten?
    Ik geloof niet dat God bij mensen te rade gaat.
    Mijn advies is dan ook bij de roeping te blijven.
    Ergens tegen zijn, zoals bovenstaand stuk is slechts damp, als de “efraimbeweging” uit God is blijft zij, zo niet, zien we ook deze ” leer” zonder enige vruchten verdwijnen. Hier in Israel lachen ze om iemand die ” weet” van welke stam hij of zij is…
    Rabbi Avraham Feld – Founder of the Kol haTor Project is belast met het onderzoek naar Efraimieten. Ik sprak hem hier uitgebreid over, lijkt me goed voor geintreseerden ook een afspraak met hem te maken..Zo pak je de wortel!!

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
  2. 2
    Jacob zei: op 17 May 2013 om 15:17

    Waar komt deze verwarrende en misleidende Efraïm- gedachte toch vandaan?
    Knap gedaan overigens om in deze weblog deze knoop enigszins te ontwarren; er is soms geen touw aan vast te knopen… alhoewel, ik zie wel een duidelijk verband met de eeuwenoude vervangingstheologie.

    Is dit ten diepste geen hoogmoed richting het volk Israël? Israël, de naam die Jacob, zoon van Isaak, zoon van Abraham, ontving na de strijd bij de Jabbok: ‘Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’ (Genesis 32: 29)

    Of opstandigheid naar Gods keuze?
    God kiest een mens niet uit op grond van zijn daden, maar omdat hij hem roept. (Romeinen 9:12)

    Of klein geloof over Zijn Almacht?
    Israël zal blijven bestaan: ‘Zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die ik maak zullen voortbestaan – spreekt de HEER –, zo zullen jullie naam en jullie nageslacht voortbestaan’. (Jesaja 66: 22)

    Omwille van de hele schepping koos Hij dit volk om Zijn heil te brengen. Uit dit volk komt de Messias voort, de Redder voor de hele wereld.

    Waarom niet MET Israël ons mee verheugen?
    ‘Verheug u, heidenen, samen met zijn volk.’ (Romeinen 15: 10)
    Simeon heeft uiteengezet hoe God zelf het plan heeft opgevat om uit de heidenen een volk te vormen dat zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: “Dan keer ik terug op mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, uit het puin zal ik het weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle heidenen over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.” (Handelingen 15: 14- 18)

    Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen. (Romeinen 11: 33, 36b)

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
  3. 3
    sjarlotte zei: op 16 May 2013 om 21:53

    Beste Bas
    Helaas moet me van het hart dat ik ook jou stuk dogmatisch vind. Bijna alle teksten die je aanhaalt interpreteer je vanuit jou visie. Als je deze teksten echter in hun context bekijkt en met een meer neutrale blik kun je wel degelijk er ook heel andere conclusies trekken.
    B.v. Ezechiël 37 vs 14.. lees eens door t/m vs 28: dan zie je dat de vervulling van deze tekst nog niet aan de orde is, terwijl jij met je stuk suggereert dat geheel Israël al in het land zit. Vers 22 spreekt over EEN Koning over hen,, dat zal de Messias zijn bij zijn wederkomst; toekomst dus. In werkelijkheid is Juda echter nadrukkelijk vertegenwoordigd in het huidige Israël dat behoorlijk goddeloos ingericht is of juist extreem verwrongen religieus. Er zal daar in de aanloop naar de wederkomst van de Messias nog heel wat gereinigd en geheiligd moeten worden met het oog op hoe daar nu geleefd en geregeerd wordt.
    Ook 2 koningen 17 vs 19-20: lees door in vs 25 over de stinkgoden en reine harten.. allemaal toekomst muziek.
    En Jeremia 33: Jeruzalem zal onbezorgd wonen.. Is dat nu dan al? Ik dacht het niet.
    Bij je kritiek op stelling 1 zeg je dat ook de Judeeers zich niet hielden aan de geboden van God en dat God daarom alle nakomelingen van Israël verwierp.. maar dat staat er helemaal niet. Wat er wel staat: er bleef niets over dan de stam Juda..
    Jeremia 3 vs 18 is ook toekomst, lees het vers ervoor maar… zo zie je maar dat elke ketter zijn letter heeft.
    Bij stelling 2 zou ik willen zeggen: een Jood is een Israëliet, maar niet iedere Israëliet is een jood! En je kunt wel alle liefkozende namen van Israël opnoemen.. maar b.v. “het duifje” is nog steeds in een fase dat het in tweeën is gedeeld in afwachting van herstel in eenheid die volgens mij wel degelijk nog moet gaan plaats vinden in de toekomst. En het land heeft ook nog niet de grenzen die o.a. aan Abraham beloofd zijn.
    Stelling 3 is inderdaad heel ernstig voor wie dat aanhangt maar mag niet gekoppeld worden aan degenen die er met mij van uit gaan dat de 2 huizen van Israël nog steeds tot herstel moeten komen, (ook al worden de eerste tekenen hiervan zichtbaar doordat vele christenen ontwaken voor het feit dat de Tora niet is afgedaan, dat Jezus een Jood was, Jesjoea, en dat Gods feesten met de sabbat voorop, in ere moeten worden hersteld).
    Je eindigt met Romeinen 11; Daar lees ik in mijn Bijbel wel degelijk dat de wilde takken volledig deel zijn van de edele olijf. Een dennentak kun je niet enten op een olijf, wel een verwilderde olijventak stel ik me zo voor. Deze geente takken moeten zich alleen niet verheffen boven de originele takken en helaas is dat in de kerkgeschiedenis wel gebeurt en daar moet inderdaad vergeving om worden gevraagd en met veel begrip voor de argwaan van broer Juda worden omgegaan.
    Al Gods beloften zijn aan Israël gedaan. Wil je daar deel aan hebben, dan moet je dus deel worden/zijn van Israel: Uw God is mijn God, uw volk is mijn volk..
    De eerste Exodus is een parabel op de 2de Exodus in de eindtijd; wie trokken er weg uit Egypte? De 12 stammen en vreemd volk trok mee die zich volledig moesten aanpassen aan.. Wie moeten er nu wegtrekken uit Babylon van Rome naar Jeruzalem? De 12 stammen en vreemd volk dat mee wil trekken.
    Het zelfde beeld zit in dat stuk hout uit Ezechiël. Er worden 2 stukken hout samengevoegd en niet 3 stukken: 2 stammen, 10 stammen en bekeerde heidenen die mogen toekijken.. Nee, er staat: Juda en de Israëlieten die bij hen wonen (vermengd zoals in jou stuk uiteengezet) en Efraim en heel het volk.. (vermengd zoals in jou stuk uiteengezet)
    Kortom: wees niet te stellig met je anti Efraimblog.. er zullen nog veel verrassende wendingen gaan plaats vinden voordat de Koning terug komt en zal gaan regeren, inclusief veel verdrukking, natuurrampen, veel doden in het ene kamp en veel martelaren in het andere kamp en uiteindelijk misschien wel een bovennatuurlijke herverzameling die velen nu helaas interpreteren als de valse leer van ‘de opname voor de verdrukking”.
    Waar we op zitten te wachten is dat de druk zo hoog gaat oplopen in Israël bv doordat het IDF het ook niet meer aan kan en de steun van Amerika definitief stopt dat er dan de ware schreeuw om de Messias boven komt drijven! Don’t be afraid, He’s in controll!

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
  4. 4
    Pietersma zei: op 16 May 2013 om 15:27

    God had Israël geplant als een edele druif en volkomen zuiver zaad. Maar ze hebben de bron van levend water verlaten.
    Israël wist heel goed de weg te vinden net zoals de kerk, het Lichaam van Christus tegenwoordig om minnarijen te zoeken.
    Israël heeft ontucht gepleegd met vele minnaars, keer op keer riep God hen terug maar zij keerden niet terug.
    Het huis Israël (de 10 stammen die weggevoerd waren onder ballingschap van de Assyriërs, die dus niet de naam Joden dragen die alleen bestemd is voor Juda) en het huis Juda (dus de Joden) zij zijn ontrouw geworden aan hun MAN.
    Israël die een verbond met God had en die gehuwd was met God werd Hem ontrouw.
    God zegt Ik heb Afkerig Israël gezien (de 10 stammen rijk) en heb haar verstoten en haar een SCHEIDBRIEF gegeven. (Jer.3:8)
    Maar Trouweloze Juda (dus de twee stammen Juda en Benjamin + een deel van Levi = de Joden dus) zij hebben GEEN scheidbrief gekregen en blijven tot de dag van vandaag nog steeds Gods vrouw ondanks hun ontrouw aan Hem.
    Hoewel God de echtscheiding haat, Mal. 2:16, stond Mozes het toe vanwege de hardheid van hun hart (Matt. 19:8). Maar als een vrouw voor de tweede maal werd weggezonden met een scheidbrief mocht ze niet weer hertrouwen met haar eerste man. (Deut. 24:1-4). Ook mocht een gescheiden vrouw pas hertrouwen met een andere man nadat de eerste man was overleden anders pleegt ze echtbreuk.
    Maar nu het huis Israël de 10 stammen, waar zijn ze gebleven nu ze met een Scheidbrief zijn weggezonden. God heeft hen voorzeker niet verstoten, na de tijdperk van de gemeente gaat God met hen verder, want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk.
    Als iemand scheiden gaat van God zoals de Afkerig Israël dan raakt zij ook de naam van God, haar eerste Man kwijt (IsraEL). Ze heet niet meer IsraEl maar Lo-Ammi, ‘niet mijn volk’ en Lo-Ruchama, ‘niet-ontfermde’ (Hosea 1). Hosea 2:1 zegt “Klaagt uw moeder aan, klaagt haar aan, want zij is mijn vrouw niet, en Ik ben haar man niet”. Het huis Israël wordt dus onder een andere naam bekend en raakt alles kwijt, haar Feesten en haar dagen. Israël raakt verborgen maar niet voor God.
    Ze zijn schuil gegaan onder de volken, ze zijn verheidenst, maar er niet in opgegaan.
    De scheidbrief maakte het dus volgens Gods wetten onmogelijk tot God terug te keren, waartoe het volk echter wél oproept. Het huwelijk heeft in ons land minder waarde en betekenis gekregen. Willen we echter de betekenis van Jezus zijn dood begrijpen, dan zullen we de Bijbelse betekenis van het huwelijk moeten kennen.
    Dit wordt in de eerste Bijbelboek duidelijk gesteld. “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn” (Gen. 2:24). Een man en een vrouw worden tot één vlees. Een huwelijk, één man en één vrouw en niets anders. Dit is geen probleem, en waar men daarvan afstapt gaan de zaken verkeerd. Het blijkt door heel de geschiedenis en is in onze tijd wel heel erg duidelijk.
    Volgens de Bijbel is er één manier waardoor het huwelijk echt tot een einde komt: de dood van de man of de vrouw. De enige weg tot herstel van het huwelijk was gelegen in het sterven van de eerste Man, Hij nagelde de Scheidbrief aan het kruis, waarna IsraEL opnieuw de bruid kon worden van de nieuwe opgestane Man.
    De God van Israël, sloot een huwelijksverbond met zijn volk Israël. Hij heeft zich aan het verbond met zijn volk gehouden maar Israël werd ontrouw en volgde andere goden na, die werkelijk geen goden zijn.
    Na vele waarschuwingen kwam ten slotte de vooraf aangekondigde ergste straf Gods vrouw Israël (dus niet Juda, de Joden) werd met een scheidbrief weggezonden, verloor de naam IsraEL en ging in ballingschap naar Assyrië, waaruit het niet is teruggekeerd.
    God echter had aan zijn volk het huis Israël en het huis Juda een nieuw verbond beloofd, een nieuwe huwelijk, die wet moest weg !
    Het is de Man (Jezus) die stierf om het huwelijk te beëindigen, de scheidbrief te vernietigen en zijn volk Israël te verlossen van hun zonden. Door de dood aan het vloekhout werd het huis Israël weer vrij !
    Door Zijn opstanding werd het mogelijk dat de vrouw weer naar haar eerste Man terug kon keren. (Rom. 7:2-4).
    Is er na de kruisiging, dood en opstanding en hemelvaart van Jezus een grote exodus geweest van het 10 stammen rijk ?Nu is ze vrij om terug te keren.
    Maar wie is Israël, zij zijn immers hun identiteit kwijt.
    Het is een verborgenheid dat nog geopenbaard zal worden en God is daar druppelsgewijs mee bezig.
    Israël zal zijn identiteit terug krijgen.
    Waar is Jozef ? en wie bekommert zich nog om hem ? (Amos 6:3-6).
    De verbreking van Jozef wordt bedoeld het verdriet van de breuk die er is tussen de beide huizen, wie maakt er zich nog druk om, en wie staat hier eigenlijk nog bij stil ? Dit komt ook omdat het huis Israël zijn identiteit heeft verloren, hij werd als de heidenen.
    Ieder focust zich alleen op Juda. Er ligt een soort verblinding over. God gaat deze breuk helen (Ez 37).

    Zijn broers wachten en zullen komen.
    Het einddoel is niet Israël maar ook niet de gemeente op zich zelf. Het einddoel is dat beide Israël en de heidenen (Efeziërs 3) dat zij samen worden geënt op de edele olijf.

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
  5. 5
    Henk Vermeule zei: op 16 May 2013 om 13:29

    Beste Bas, ik hoop dat er door de geënte takjes genoeg goodwill gekweekt wordt in Israël voordat het zwaard uit de woestijn (sharia wetgeving) de wereld over gaat. Wellicht is het land Israël dan ook hersteld, en is men daar wél bereidwillig vluchtelingen op te vangen…
    Oprechte liefde voor Gods volk, van welke afkomst ook, is allereerst zichtbaar voor God zelf, maar gelukkig ook meer en meer zichtbaar in Israël door de handelingen van de discipelen in onze tijd.
    Ik hoop je gauw weer te zien en te horen op de muur!

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
  6. 6
    Albert zei: op 13 May 2013 om 16:28

    Shalom Bas,
    Je hebt een geweldige weblog geschreven! Heel duidelijk en goed onderbouwd. Ik ben het helemaal met je eens. Dit is opnieuw een aanmoediging voor ons, gelovigen uit de heidenen, om niet onszelf een nieuw etiket op te plakkken, maar om in alle nederigheid onze geschiedenis te erkennen en Vader te herinneren aan Zijn trouw aan Israël.

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie

Reageer

Je email adres is nooit zichtbaar. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>