Full moon seen over Old City in Jerusalem, ,Door Bas van Twist

<strong>									</div>
	
								<h1 class=AAN DE VOORAVOND?

Gepubliceerd Sunday, 19 July, 2015 in Weblogs · Weblogs Gastschrijvers 3 Comments

Eén dag als duizend jaar

Volgens Mozes, Israëls grootste profeet, is één dag voor God als duizend jaar [Psalm 90:4]. Als we dat in gedachten houden en kijken naar de geschiedenis van de mensheid, dan zien we opvallende parallellen met de zeven dagen waarin God de schepping voltooide.

Op de eerste dag van de schepping werd het licht gescheiden van de duisternis [Genesis 1:3-5]; in het eerste millennium van de mensheid werd door de zondeval de mens gescheiden van het licht van zijn Schepper [Genesis 3:1-24].

Op de tweede dag schiep God een gewelf, dat Hij hemel noemde, om de water-massa’s van elkaar te scheiden [Genesis 1:6-8]; in het tweede millennium werden de wateren boven en onder de hemel als oordeel gebruikt [Genesis 7:1-24].

Op de derde dag werden planten die zaad vormen geschapen [Genesis 1:9-13]; in het derde millennium werd aan Abraham de belofte gedaan dat in hem, via zijn zaad, alle volken op aarde gezegend zouden worden [Genesis 12:3].

Op de vierde dag werden de lichten in de hemelkoepel geschapen: de zon, de maan en de sterren, om scheiding te maken tussen dag en nacht, om licht te geven en om tot tekenen en vastgestelde tijden te zijn [Genesis 1:14-19]; in het vierde millennium werden koningen en profeten als lichten aan het volk Israël gegeven en werd Jeshua, het Licht der wereld, geboren [Johannes 8:12].

Op de vijfde dag schiep God levende wezens, vissen voor in het water en vogels om boven de aarde te vliegen [Genesis 1:20-23]; in het vijfde millennium droeg Jeshua in Zijn lichaam onze zonden het kruishout op, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven [1 Petrus 2:24] en nieuwe wezens konden worden die, met Hem, eeuwig zouden leven [1 Korintiërs 15:35-49].

Op de zesde dag kreeg de mens de opdracht om de aarde te bevolken en onder zijn gezag te brengen, om over de vissen in de zee, de vogels in de lucht en de dieren op het land te heersen [Genesis 1:24-31]; in het zesde millennium had de mens de aarde bevolkt en onderworpen.

Op de zevende dag, de sabbat, rustte God van al Zijn scheppingswerk en heiligde Hij die dag [Genesis 2:2-3]; in het zevende millennium zal de mens mogen rusten in het duizendjarig rijk nadat God de aarde zal hebben hersteld [Jesaja 2:2-3; Openbaring 20:4].

Deze raakvlakken tussen de scheppingsweek en de geschiedenis van de mensheid worden vooral boeiend als we bedenken dat we volgens de TorahCalendar in het jaar 6001 na de schepping leven. Met andere woorden: we zouden weleens aan de vooravond kunnen staan van het messiaans millennium!

Opstand in de hemel

Uit de Bijbel kunnen we opmaken dat vóór de schepping van onze [fysieke] wereld, er al een onzienlijke [geestelijke] wereld bestond. In de Hebreeuwse denkwereld wordt deze tijd olam sje’avar genoemd, de wereld die was. Iedere ziel diende God in liefde. Maar er kwam een opstand in de hemel. Satan wilde zich gelijkstellen met de Allerhoogste. Als straf verbande God satan en zijn engelen uit de hemel [Jesaja 14:12-15; Ezechiël 28:11-19; Lucas 10:18; 2 Petrus 2:4; Judas 1:6]. Door de opstand van satan en de ongehoorzame engelen werd Gods orde verstoord. Er kwam in de onzienlijke wereld een scheiding tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad, tussen gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid aan God.

Misschien was de verstoring van Gods ordening in de onzienlijke wereld wel de aanleiding voor God om onze zichtbare wereld met zijn dimensies in ruimte en tijd te scheppen. Misschien om daarmee aan te geven wanneer de orde in Zijn wereld weer hersteld en volmaakt zou worden. De Schepper van hemel en aarde is immers een God van orde. Chaos ontstaat pas als Hij Zich uit Zijn schepping terugtrekt.

Opstand op de aarde

Maar ook de mens op aarde kwam in opstand tegen Zijn Schepper, met alle con-sequenties van dien.

Genesis 6:5-7 – De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat Hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. Ik zal de mensen die Ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht Hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want Ik heb er spijt van dat Ik ze heb gemaakt.

En God liet een grote vloed over de aarde komen waarmee alles onder de hemel waarin levensadem was, werd vernietigd. Alleen Noach vond genade bij God. Met hem, zijn vrouw, zijn zonen en hun vrouwen en alle dieren die met hem in de ark mochten om aan het water te ontkomen, maakte God een nieuw begin. De schoongewassen aarde moest weer vol worden met mensen en dieren. En God be-loofde hen dat Hij de aarde nooit meer zou vervloeken vanwege de mens, alhoewel alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, nu eenmaal slecht is [Genesis 8:21].

Gods reddingsplan

Toch is de maat een keer vol voor God. Hij wil niet altijd boos blijven, want anders zou elke ziel die God ooit heeft geschapen bezwijken en dat wil Hij niet, want Hij heeft juist elke ziel levensadem gegeven.

Jesaja 57:15-16 – Dit zegt Hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid – heilig is Zijn Naam: In hoogheid en heiligheid zal Ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt. Want niet eindeloos blijf Ik twisten, niet eeuwig duurt Mijn toorn. Al doe Ik de levensadem stokken, Ik ben het ook die het leven geeft.

Omdat de mensen zich onverbeterlijk tegen God zouden blijven afzetten en daar-mee een oordeel over zichzelf zouden afroepen, formeerde God via Abram, Izaak en Jacob [Genesis 12:1-3, 17:19 en 28:13-15] een uniek volk, een volk dat afgezonderd leeft, zich niet verbindt met andere naties [Numeri 23:9]. Via dit volk zou Hij Zijn majesteit en onmetelijke liefde voor Zijn schepping aan de wereld openbaren. Uit dit volk zou Hij een Verlosser laten voortkomen, die de armen in gerechtigheid recht zou doen en waarnaar de volken zouden vragen [Jesaja 11:1-10].

En God zond Zijn Zoon, Jeshua, die – in de woorden van Petrus – in Zijn lichaam onze zonden het kruishout opdroeg, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven [Jesaja 53; Johannes 3:16; 1 Petrus 2:24].

Uitgekozen, lang vóór onze geboorte

Het klinkt sommigen misschien vreemd in de oren, maar onze ziel was er al voordat God de aarde schiep [2 Timoteüs 1:9; Titus 1:2]. In het aangrijpende gebed van Jeshua, verwijst Hij naar de tijd dat Hij bij Zijn Vader was vóór de grondlegging van de wereld [Johannes 17:5, 24]. Ook Petrus verwijst daarnaar in zijn eerste brief aan zijn Joodse medegelovigen in de verstrooiing [1 Petrus 1:20]. Maar dat niet alleen: voordat God de hemel en de aarde schiep, kende Jeshua ons al en had Hij ons zelfs al uitgekozen!

Efeziërs 1:3-4 – Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jeshua de Messias, die ons in de hemelsferen, in de Messias, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. In de Messias immers heeft God, voordat de wereld ge-grondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn …

Er was dus een plaats in de hemel waar onze ziel, toen we nog niet geboren waren, woonde bij God, bij Jeshua en Gods engelen. Onze ziel bleef daar tot het moment dat wij verwekt werden!

Jubeljaar

Het Jubeljaar is een voorafbeelding van het door God aangekondigde herstel van Zijn schepping. Het Jubeljaar is een cyclus van negenenveertig jaar die zich steeds herhaalt. Het bestaat uit zeven sabbatsjaren, gevolgd door het vijftigste jaar, het Jubeljaar. Het Jubeljaar is dus een één jaar lang durende sabbat voor het land. Tijdens het Jubeljaar krijgt het land rust, worden schulden kwijtgescholden en worden bezittingen teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaar [Leviticus 25:8-11].

Het is dus niet zo vreemd om te veronderstellen dat het herstel van het universum plaatsvindt nà zes Goddelijke dagen [Psalm 90:4] ofwel zesduizend aardse jaren ofwel honderdtwintig Jubeljaren, gerekend vanaf de schepping. Bedoelde God in Genesis 6:3 niet te zeggen dat Hij na honderdtwintig Jubeljaren niet meer met de mens wilde twisten? Dat moet haast wel, want ook na de zondvloed werden de mensen nog steeds veel ouder dan honderdtwintig jaar.

Alles zal worden hersteld

Het herstel van alle dingen zal plaatsvinden als Jeshua terugkomt en Hij alle op-standigheid tegen God heeft uitgebannen, wanneer de aarde vol zal zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt [Jesaja 11:9].

Handelingen 3:20-23 – Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal Hij de Messias zenden die Hij voor u bestemd heeft. Dat is Jeshua, die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd aanbreekt waarover God van oudsher bij monde van Zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld. Mozes heeft al gezegd: “De Heer, uw God, zal in uw midden een profeet zoals ik laten opstaan; luister naar Hem en naar alles wat Hij u zal zeggen. Wie niet naar deze profeet luistert, zal uit het volk gestoten worden.”

Het geval wil dat het jaar 2015 het veertigste Jubeljaar markeert sinds het optreden van Jeshua. Het getal veertig staat voor verwachting, voorbereiding en beproeving. Als we bedenken dat Abraham veertig Jubeljaren na Adam werd geroepen en Jeshua zijn verkondiging veertig Jubeljaren na Abraham begon, dan mogen we – honderdtwintig Jubeljaren na de schepping en veertig Jubeljaren na Jeshua’s eerste komst – met nog groter verlangen uitzien naar Jeshua’s wederkomst!

De laatste dagen

Wij leven in wat de Bijbel [NBG] het laatste der dagen noemt. Het is de tijd waarin God alles aan het gereed maken is voor Zijn majestueuze herstelplan. Het is de tijd dat Israël eindelijk de plaats zal krijgen, die het God voor ogen stond toen Hij dit volk formeerde. Als die tijd aanbreekt zal Israël niet langer geminacht en vernederd worden door de andere volken, zal haar niet langer onrecht worden aangedaan. Nee, Israël zal dan met eer en roem overladen worden door alle volken op aarde [Sefanja 3:20]. Eindelijk zal er dan een plaats zijn voor dit eenenzeventigste volk [Genesis 10], dat voor de wereld altijd een-volk-teveel is geweest.

Als Gods koninkrijk aanbreekt zal Israël de andere volken in het licht van de Enige brengen [Jesaja 60:3]. Israël, het volk door God gemaakt, geschapen en gevormd [Jesaja 43:7] – tegen de verdrukking en tegen alle natuurwetten in –, zal de hei-denvolken voorgaan in het dienen van God. Dan zal vanaf de Sion Zijn onderricht klinken, vanuit Jeruzalem Zijn Woord [Jesaja 2:2-3].

Wat een schitterend vooruitzicht is dat! En die tijd ligt niet ver meer van ons af als we zien hoe God in sneltreinvaart Zijn land en volk – in alle opzichten – aan het klaarmaken en het herstellen is. Zegt God Zelf ook niet dat Zijn beloning voor Hem uit gaat? Tot tweemaal toe zelfs [Jesaja 40:10 en 62:11]. God is opgestaan om Zich over Sion te ontfermen [Psalm 102:14]. De wonderbaarlijke terugkeer van het Joodse volk naar het Beloofde Land is daarvan het zichtbare bewijs. Het is het teken dat God bezig is met de voorbereidingen voor het grote bruiloftsfeest. Maar het is ook tegelijk een ernstige waarschuwing voor de heidenvolken, dat ze zich niet langer ongestraft tegen Zijn volk Israël kunnen keren [Jesaja 34:1-2; Zacharia 1:14-15 en 12:9-10].

Micha 7:15-17 – Als in de dagen van zijn bevrijding uit Egypte laat Ik dit volk wonderbaarlijke daden zien. De volken zullen het zien en be-schaamd staan, beroofd van hun kracht, doof en met de hand op de mond. Ze zullen stof likken als een slang, als dieren die kronkelen over de grond. Sidderend zullen ze uit hun burchten komen, vol ontzag voor de HEER, onze God. Ze zullen U vrezen!

Misschien staan we wel letterlijk aan de vooravond hiervan!

Bas van Twist

3 reacties op “AAN DE VOORAVOND?

  1. 1
    Conny zei: op 23 July 2015 om 09:22

    Ha Bas,

    Die vergelijking met de scheppingsdagen is heel mooi! Deze is ook te vinden op de site van TorahCalendar.
    Ik begreep, dat de Torah Calendar anders is dan de rabbijnse kalender, want volgens de laatste leven we nu in het jaar 5775.

    Ik ben het met je eens dat we hoe dan ook dicht(er) bij het einde zitten, meer dan ooit!

    Wat onze zielen betreft, schrijft Paulus daar in de brief aan de Ef. niet alleen over het Joodse volk, dat van tevoren al “bedacht” is door God om het Licht van de wereld te zijn en het Licht voort te brengen, of worden daar alle gelovige zielen mee bedoeld, zowel de Joden als de heidenen?

    Als ik je tekst zo lees, denk ik opnieuw: wat hebben we een machtige God!

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
    • 2

      welke kalender berekeningen zijn nu naar Gods woord?
      wij zijn nu eind september , gaan wij nu nog weer naar een volgend jubeljaar pas over 50 jaar?

      Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
      • 3

        Geen idee, Coby. Alleen Vader weet dat! Misschien heeft God er wel een bedoeling mee dat er naast de rabbijnse kalender, nu ook een wetenschappelijk onderbouwde scheppingskalender bestaat.

        | Je beantwoordt nu deze reactie

Reageer

Je email adres is nooit zichtbaar. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>