De beloning die voor Hem uitgaat

Gepubliceerd Friday, 21 April, 2017 in Weblogs Bas Van Twist 1 Comment

In de Bijbel lezen we dat God aan Zijn Zoon alle macht heeft gegeven in de hemel en op de aarde (Daniël 7:13-14; Mattheüs 28:18). Hij heeft Hem de volken in bezit gegeven, de einden der aarde in eigendom (Psalm 2:5-9). En het is ook niet de Vader die een oordeel over iemand velt, maar de Zoon, aan wie de Vader dat heeft toevertrouwd (Psalm 110:5-6; Johannes 5:22).

Afrekening

Als de Zoon van God komt op de wolken des hemels, bekleed met macht en grote luister, heeft Hij Zijn loon bij zich, zo leert de Bijbel. Dan zal Hij Zijn dienaren Zijn macht tonen en Zijn vijanden Zijn verbolgenheid (Jesaja 40:10, 66:14; Mattheüs 24:30). De Zoon zal, in naam van de Vader, dan afrekenen in de hemel met de machten van de hemel, en op aarde met de vorsten van de aarde (Jesaja 24:21, 14:3-15; Efeziërs 6:12). Vooral Israëls vijanden zullen hun verdiende loon krijgen.

Deuteronomium 32:31-33 – Jullie vijanden zullen het erkennen: de rots waarop zij steunen is niets naast jullie rots. De wijn die Ik hun te drinken geef is afkomstig van Sodoms wijnstok, hij komt uit Gomorra’s wijngaarden; bittere, giftige druiven brengen die voort, de wijn ervan is vol venijn, dodelijk als het gif van slangen.

Voor God is vergelding van zonde en vijandschap een hemelse wetmatigheid (Psalm 39:12; Jesaja 5:18). De Bijbel laat daar geen onduidelijkheid over bestaan. We lezen daarom ook dat de Vader ziedend van woede is op de volken die Israël hebben verdreven, gehaat, bespot, mishandeld en uitgebuit, die Zijn volk wilden vernietigen, die voor Zijn zoon de hel op aarde maakten (Psalm 83:5; Jesaja 34:2, 63:6; Jeremia 25:30-31; Joël 4:2; Zacharia 1:15). Maar wat de naties Zijn volk hebben aangedaan, zal Hij op hun eigen hoofd doen neerkomen (Joël 4:4-7; Obadja 1:15; Jeremia 30:16; Ezechiël 36:5). Het onschuldig vergoten bloed van Zijn dienaren zal Hij wreken (Deuteronomium 32:41-43; Joël 4:21).

Joël 4:16 – De HEER brult vanaf de Sion, Hij gromt vanuit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar voor Zijn volk is de HEER een toevlucht, Israël biedt Hij bescherming.

Recht

Niet alleen vergeldt God de volken voor wat ze Israël de eeuwen door hebben aangedaan, maar tegelijk zal die wraak voor Israël zijn als een beloning: omdat er recht wordt gedaan (Deuteronomium 32:43).

Psalm 58:11-12 – Verheugd is de rechtvaardige als hij vergelding ziet, in het bloed van de wettelozen wast hij zijn voeten. Dan zegt men: ‘De rechtvaardige wordt beloond, er is een God die recht doet op aarde.’

Veel christenen zullen grote moeite hebben met deze woorden. Maar wat recht en rechtvaardig is in onze westerse, humanistische ogen, is dat lang niet altijd in Gods ogen. De Vader haat het als we het kwade goed noemen en het goede kwaad, als we het licht tot duisternis maken en het duister tot licht (Jesaja 5:20; Maleachi 2:17). Zeker als het om Zijn volk gaat.

Laatste generatie

Voor de Vader is de maat eens vol. Hij blijft niet eindeloos twisten (Jesaja 57:16). Er komt een moment dat de Zoon, in naam van de Vader, als rechter verschijnt om iedereen naar zijn daden te belonen. In het bijzonder voor de laatste generatie (ha dor ha acharone’) heeft de Vader dat alles laten opschrijven (Psalm 102:19).

Maar voordat het moment aanbreekt dat de laatste generatie de Zoon op de wolken des hemels ziet verschijnen, zal ze eerst getuige zijn van de dingen die daaraan voorafgaan: oorlogen, geruchten van oorlogen, zware aardbevingen, hongersnoden, epidemieën en tekenen aan zon, maan en sterren (Lucas 21:5-36). En zijn dat niet juist de dingen waarvan wij dagelijks horen? Met andere woorden: zijn wij niet die laatste generatie? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Vooruitbetaling

Maar er is nog iets anders waaraan we zullen weten dat Hij spoedig komt, namelijk aan Zijn beloning die voor Hem uitgaat (Psalm 96:11-13; Jesaja 62:11; Openbaring 22:12).

Jesaja 40:10 – Ziehier God, de HEER! Hij komt met kracht, Zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft Hij bij zich, Zijn beloning gaat voor Hem uit.

Het Hebreeuwse woord פְּעֻלָּה (peh-ool-law’), dat de NBV vertaalt met beloning, kan ook vertaald worden met compensatie en eerherstel, maar heeft ook de betekenis van straf, wraak of vergelding. Het kan dus bijvoorbeeld gaan om een beloning voor een goede prestatie of een compensatie voor aangedaan onrecht, maar ook om een straf voor een slechte daad. De beloning die voor Hem uitgaat is als het ware een vooruitbetaling op het loon dat de Zoon bij zich heeft als Hij met macht en grote luister wederkomt.

1948: De Grote Omwenteling

Voor Israël is die beloning die voor Hem uitgaat gekomen toen God, na bijna tweeduizend jaar dood, ellende, dubbel ongeluk, verwoesting, rampspoed, honger en geweld, opstond om zich over Sion te ontfermen (Jesaja 51:19; Psalm 102:14; Hosea 6:2). Zichtbaar voor ons was dat in mei 1948, toen de staat Israel werd uitgeroepen, drie jaar nadat de tijd de zwartste bladzijde uit de menselijke geschiedenis had omgeslagen (Daniël 12:7).

Hoewel velen in Israël en daarbuiten nog dagelijks de pijn voelen van de verschrikkingen van de Holocaust, ervaart Israël sinds 1948 Gods zegen in de vorm van herstel van het land en de terugkeer van het Joodse volk uit de landen waarheen ze verdreven waren (Jeremia 31:9-12). God ziet weer welwillend om naar Zijn volk. Met hart en ziel bouwt Hij hen weer op, om hen nooit meer af te breken, om hen te planten en nooit meer uit te rukken (Jeremia 24:6, 29:14, 32:37-41; Ezechiël 20:41; Micha 2:12).

Sinds 1948 herrijzen de steden uit de as en worden ze weer bewoond, zijn paleizen in hun oude pracht hersteld en zijn de puinhopen weer opgebouwd (Jeremia 30:18; Ezechiël 36:33; Amos 9:14). Israël is weer vol met mensen en dieren en het land bloeit als een lelie, wortelt als een ceder op de Libanon. Er worden wijngaarden geplant en tuinen aangelegd, terwijl het volk weer overvloedig wordt voorzien van koren, wijn en olie. Ook de vijgenboom en de granaatappel dragen weer volop vrucht (Jeremia 31:27; Hosea 14:6; Joël 2:19; Haggai 2:19; Zacharia 8:12; Amos 9:15).

Verder gaf God Zijn volk sinds 1948 telkens de overwinning toen ze door hun machtige vijanden werden aangevallen (Zacharia 10:6). De Joodse staat zegevierde, tegen ieders verwachting in, omdat God Zijn heilige arm neer liet komen op Israëls vijanden (Jesaja 52:10).

Wat een contrast met de negentien eeuwen daarvoor, toen het volk in elk opzicht werkelijk alles verloor. Tot de bodem moest het volk de beker van Gods toorn leegdrinken. Maar vanaf 1948 heeft God die beker definitief uit haar hand genomen: Israël hoeft er nooit meer uit te drinken (Jesaja 51:22). Voor Israël is toen de tijd van genade aangebroken (Psalm 102:14).

Een vloek verslindt de aarde

Maar zij die het Joodse volk de eeuwen door kwelden, moeten nu de beker van Gods toorn drinken (Jesaja 51:23, 25:15-17). Toen de Vader opstond om zich over Sion te ontfermen, verliet Hij ook Zijn woning om de wereld te laten boeten voor zijn misdaden tegen Juda, om het onschuldig vergoten bloed van Zijn volk te wreken (Joël 4:21; Jesaja 26:21).

Als je kijkt naar de Israël vijandige buurlanden, dan begrijp je wat dat inhoudt. Voor hen is dát de beloning die voor Hem uitgaat. Wat ze Israël aandeden, laat God nu op hun eigen hoofd neerkomen (Joël 4:4-7; Obadja 1:15). Nu worden zij verslonden, weggevoerd, geplunderd en tot buit gemaakt (Jeremia 30:16).

We lezen dat in het laatste der dagen een vloek de aarde verslindt (Jesaja 24:1-13). Het woord אָלָה, dat met vloek vertaald is, wordt uitgesproken als al-lah’. Het hoeft je dan ook niet te verbazen dat het uitgerekend de eeuwige aartsvijanden van Israël zijn, wier land nu tot een woestenij wordt gemaakt door het moordend geweld van Islamitische Staat in de naam van al-lah’ (Jeremia 25:38).

En zou Europa er zoveel beter vanaf komen? Ik betwijfel het. Het oude Avondland is het continent waar veruit het meeste onschuldig Joods bloed is vergoten. De Inquisitie, de Kruistochten, de pogroms, de Holocaust en de christelijke vervangingsleer zijn alle van Europese bodem. Met zo’n verleden, moet je er niet vreemd van opkijken als onze hypermoderne samenleving, op een moment waarop niemand het verwacht, er ineens compleet anders uit ziet.

En denk niet dat het aan Nederland voorbijgaat. Natuurlijk, ons land kende tientallen helden zoals de familie Ten Boom, Truus Wijsmuller-Meijer en Jan Zwartendijk, die met gevaar voor eigen leven duizenden Joden het leven hebben gered. En ook vonden in ons land duizenden Joden een veilig onderkomen toen ze moesten vluchten voor de Inquisitie – het bracht ons land de Gouden Eeuw –, maar in de oorlogsjaren 1940-1945 kwamen in ons land verhoudingsgewijs veel meer Joden om het leven dan in de andere, door de nazi’s bezette landen. Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit met name kon gebeuren omdat de nazi’s in ons (christelijke) Nederland op veel minder maatschappelijke weerstand stuitten dan in de andere landen.

Zou de ongeremde toestroom van al die miljoenen moslimmigranten uit Israëls buurlanden niet een voorbode zijn van de vloek die Europa, inclusief Nederland, zal treffen?

Ik kom spoedig

De voorbereidingen voor de dag des HEREN zijn in volle gang (Maleachi 3:21). Zoveel is wel duidelijk. Voor het volk van Jacob, wier hoop was vervlogen en wier levensdraad was afgesneden (Ezechiël 37:11), betekent dit een wonderbaarlijk herstel. Sinds 1948 wordt hersteld wat gebroken was, wordt samengevoegd wat verdeeld was, keren terug wie verdreven waren, wordt herbouwd wat vernield was, worden verhoogd wie vernederd werden, bloeit weer op wat wegkwijnde, worden teruggevonden wie zoekgeraakt waren en worden gered wie verloren waren. Maar de volken, die samenspanden tegen de HEER en Zijn gezalfde, zullen in hun hoogmoed ten val komen. Wat hun heilig is, zal ontwijd worden (Ezechiël 7:24).

Velen zullen angstig willen wegkruipen voor wat er met de wereld gaat gebeuren. Maar Jeshua zegt juist dat als die tijd aanbreekt – en het is nu al zover – dat we ons moeten oprichten en ons hoofd moeten heffen, omdat onze verlossing nabij is (Lucas 21:28; Jesaja 40:10). Meer nabij dan je wellicht denkt.

Openbaring 22:12 – Ik kom spoedig, en heb het loon bij Me om iedereen te belonen naar Zijn daden.

Zwijg daarom niet omwille van Sion, maar herinner Vader dag en nacht aan Zijn belofte Jeruzalem te stellen tot een lof op aarde. Want als dat moment aanbreekt, zal de redding die Hij heeft beloofd reiken tot aan de einden der aarde (Jesaja 49:6). Verhef daarom je stem met kracht en verkondig aan vrouwe Sion:

Jesaja 62:11 – Je redder komt! Zijn loon heeft Hij bij zich, Zijn beloning gaat voor Hem uit.

Eén reactie op “De beloning die voor Hem uitgaat

  1. 1
    Tulp zei: op 9 May 2017 om 19:21

    Bas, ware taal heb je gesproken…..
    Heer laat deze beker mij voorbijgaan, maar uw wil geschiede in de hemel, als ook op de aarde..
    Amen.

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie

Reageer

Je email adres is nooit zichtbaar. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>