Het geschreven recht voltrekken

Gepubliceerd Saturday, 16 September, 2017 in Weblogs Bas Van Twist 3 Comments

Weblog van Bas van Twist, september 2017

Wanneer het Joodse volk – in ballingschap verdreven naar Babel – alle moed heeft verloren op terugkeer, klinken er opeens hoopvolle woorden uit de mond van de profeet Jesaja:

Jesaja 35:4 – Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met Zijn wraak. Gods vergelding zal komen, Hijzelf zal jullie bevrijden.

Bij monde van Jesaja belooft God Zijn volk dat ze zullen terugkeren naar hun eigen land en dat Jeruzalem en de Tempel zullen worden herbouwd (Jesaja 27:13, 43:5-6, 44:28, 45:13 en 60:7). En zoals God het belooft, gebeurt het ook. Na zeventig jaar, in 426 v.Chr., komt er een einde aan de heerschappij van Babel en neemt het rijk van de Meden en Perzen de heerschappij over.

Het is ook het jaar dat de Perzische koning Ahasveros (Artaxerxes) zijn zoon Cyrus (Kores) aanwijst als zijn opvolger. Eén van de belangrijkste besluiten die Cyrus in zijn eerste regeringsjaar neemt is het decreet waarin hij alle Israëlieten in zijn rijk oproept terug te keren naar Jeruzalem om de stad en de Tempel te gaan herbouwen (2 Kronieken 36:22-23; Ezra 1:1-2). Cyrus doet daarmee tot op zekere hoogte wat dé Messias uiteindelijk zal doen (Jesaja 49:5-6).

Cyrus is in het achtste regeringsjaar van zijn vader Ahasveros geboren. In zijn zevende regeringsjaar huwde zijn vader met het Joodse weesmeisje Esther (Esther 2:17). Het is daarom zeer aannemelijk dat Cyrus geboren is uit het huwelijk van Ahasveros en Esther. Cyrus heeft dus een Joodse moeder en is daarmee een zoon van Israël. Nu zul je ook beter begrijpen waarom God deze Perzische koning tooit met de erenaam: Mijn gezalfde (מָשִׁיחַ, mashiyach) (Jesaja 45:1-4).

Toch zien Jesaja’s woorden niet enkel op de terugkeer en de wederopbouw in opdracht van Cyrus. Want in het jaar 70 worden de stad en de Tempel wederom verwoest en wordt het Joodse volk opnieuw uit zijn land verdreven, dan door de Romeinen. Nee, het herstel waar Jesaja over profeteert ziet verder. Het ziet op een herstel dat eeuwig zal duren. Het is dan ook geen herstel dat door mensenhanden tot stand zal worden gebracht, maar door de Messias die bij God Zelf vandaan zal komen. En het is deze Messias die, bij monde van Jesaja, het volk moed inspreekt:

Jesaja 62:6-7 (NBV/CB) – Jeruzalem, Ik heb wachters op je muren gezet die nooit zullen zwijgen, dag noch nacht. Jullie die de HEER herinneren, houd je niet stil en gun Hem evenmin rust totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd.

Zoals wachters dag en nacht hun post innamen op de muren van de stad, hun stem verhieven als er gevaar dreigde en letterlijk in de bres sprongen voor hun stadsgenoten, zo heeft de Messias wachters gezet op de muren van Jeruzalem, die dag en nacht de HEER herinneren en figuurlijk voor Zijn volk in de bres springen. Deze wachters zijn van alle tijden, maar bijzonder is wel dat sinds mei 2006 zij (ook) letterlijk elke dag op de muren van Jeruzalem hun post hebben ingenomen!

Herinneren is lofprijzen

In de autoriteit van de Messias, die hen heeft aangesteld, herinneren wachters de Vader aan Zijn woord om Sion tot een lof op aarde te stellen en van daaruit Zijn Koninkrijk te grondvesten. De Vader wordt niet herinnerd aan Zijn beloften en Zijn volk omdat Hij die zou zijn vergeten. Hoe zou de Almachtige dat ooit kunnen (Jesaja 49:15-20)? Nee, de Vader herinneren is een opdracht en tegelijk een lofprijzing, want door de Vader te herinneren wordt Zijn hoogste macht en soevereiniteit erkent. We belijden daarmee dat alleen Hij in staat is om ware vrede te brengen en recht te doen op aarde.

De teksten die wachters proclameren zien dan ook op de beloften van de Vader aan Zijn volk dat Hij hun naar hun land zal terugbrengen, dat Hij hun recht zal doen, hun schadeloos zal stellen, hun zal troosten, hun met eer en roem zal overladen en dat Hij in hun midden zal wonen. Maar daarnaast proclameren wachters teksten waarin God zweert het onschuldig vergoten bloed van Zijn dienaren te wreken en de volken te straffen voor het grote onrecht en lijden dat ze Zijn volk hebben aangedaan. De ene keer zijn het woorden uit de profeten, de andere keer uit de Thora of de psalmen.

Eén van de psalmen die dagelijks met luider stem vanaf de hoge muren van Jeruzalem klinkt is psalm 149. Het is een krachtige lofpsalm, die Israël en al Gods getrouwen oproept Zijn Naam groot te maken (vers 1-3). De psalm maakt duidelijk dat de Vader grote vreugde vindt in Zijn volk. Hij spreekt hen moed in: ze zullen niet langer worden vernederd, maar zegevieren (vers 4). De Vader zal hun de overwinning geven. Hoe? Door hun lofprijzing! Als het volk Zijn Naam groot maakt, Hem van harte looft, zal Hij hen belonen door hun recht te doen!

Psalm 149:5-9 (NBV/HSV) – Laten Zijn getrouwen juichen in triomf, nog jubelen als zij te ruste gaan, met lofzang voor God uit hun kelen, een tweesnijdend zwaard is in hun hand, om wraak te oefenen over de heidenvolken, bestraffingen over de natiën, hun koningen in boeien slaan, hun leiders met ketenen binden, het geschreven recht aan hen voltrekken: dat is de glorie voor al Zijn getrouwen. Halleluja!

Het geschreven recht

Bij God bestaat geen scheiding der machten, geen trias politica, zoals wij dat kennen. God is zowel wetgever, uitvoerder als rechter (Jesaja 33:22; Jacobus 4:12). Overeenkomstig Zijn Woord, waarin “het geschreven recht” staat opgetekend, vergeldt Hij de mens naar zijn werken (Psalm 94, Jeremia 17:10, 32:19; Romeinen 2:6) en oordeelt Hij de volken naar hun daden, inclusief “hun misdaden tegen Juda, om het onschuldig bloed dat ze daar hebben vergoten” (1 Kronieken 16:33, Psalm 9:9, 96:13, Joël 4:19). Als hoogste rechter wijst Hij vonnis en voltrekt Hij dit.

Het is overigens niet de Vader Zelf die het oordeel velt en voltrekt, maar de Zoon, aan wie de Vader dat geheel heeft toevertrouwd (Psalm 110:5-6; Johannes 5:22). De Zoon wijst dus het vonnis op gezag en in naam van de Vader en voltrekt dit (Mattheus 13:41-42, 48-50; Johannes 5:27).

Pas als het geschreven recht wordt nageleefd, wordt er recht gedaan, dan wordt opgekomen voor verdrukten en zwakken, dan worden bevrijd wie weerloos zijn of arm of in de greep zitten van boosdoeners, dan worden gestraft degenen die kwaad doen. Hoe anders gaat het eraan toe in onze wereld?

Maar er is nog iets dat Gods geschreven recht absoluut uniek maakt. Als iemand gelooft in de naam van Gods eniggeboren Zoon en luistert naar wat Hij zegt, dan wordt hij voor volledig onschuldig gehouden! Al waren zijn wandaden vele en zijn zonden talloos, ze worden alle volledig uitgewist. In ons strafrechtelijk systeem zouden we zeggen: hem wordt amnestie verleend. Maar dat niet alleen. Degene die amnestie wordt verleend, krijgt ook nog eens recht op het eeuwige leven in Gods komende Koninkrijk (Johannes 3:18, 5:24)!

Oorlog in de hemel

Het geschreven recht wordt in de eerste plaats voltrokken aan de hemelse vorsten. Paulus noemt ze “de heersers en de machthebbers van de duisternis, de kwade geesten in de hemelsferen” (Efeziërs 6:17). Het zijn de handlangers van de duivel. Paulus waarschuwt de gelovigen bedacht te zijn op hun listen en zich daartegen te wapenen.

Ooit stond Satan in hoog aanzien bij God, maar in zijn hoogmoed meende hij zijn troon te kunnen plaatsen boven Gods sterren en dacht hij de Allerhoogste te kunnen evenaren (Jesaja 14:13-14). Maar dat plan mislukte en sindsdien tracht Satan Gods reddingsplan voor de wereld te torpederen. Hoe? Door te proberen het Joodse volk uit de weg te ruimen en Jeruzalem aan Israëls vijanden te geven. Uit dat volk komt immers de Redder der wereld voort en vanuit die stad zal Hij Zijn Koninkrijk oprichten (Psalm 110:2; Jesaja 49:6; Micha 5:1-4). Dat weet Satan maar al te goed.

Doordat hij alle volken heeft overwonnen – Jeshua noemt hem: de heerser van deze wereld – is Satan ook in staat om de volken en hun leiders op te zetten tegen Israël (Deuteronomium-32:9 (GNB); Psalm 82; Jesaja 14:12; Johannes 14:30). Maar daarbij ondervindt hij tegenstand van Michaël, de grote vorst, die in de hemel voor Israël strijdt (Daniël 12:1). Met zijn engelen voert Michaël oorlog tegen Satan en zijn kwade geesten (Daniel 10:13, 10:21 en 12:1).

En hoewel die oorlog in de hemel nog altijd woedt, weten we toch al wie gaat winnen, want Johannes heeft in een visioen gezien dat aan het einde van de tijd, de duivel en zijn engelen worden verslagen (Openbaring 12:7-8). En zodra Satan is overwonnen, zal Michaël het overwinningssignaal geven dat de glorieuze komst van de Mensenzoon op de wolken des hemels aankondigt (Mattheus 24:30-31; 1 Thessalonicenzen 4:16).

Maar zover is het nog niet, al kan het niet lang meer duren. Satan beseft dat ook en daarom is hij zo woedend, “want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft” (Openbaring 12:12). En daarom gaat hij rond “als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi” (1 Petrus 5:8) en zet hij alle volken en wereldleiders op tegen Jeruzalem. Geen van hen zal het straks nog voor Israël opnemen. Als marionetten zullen ze zich door Satan laten gebruiken, terwijl geen middel wordt geschuwd om Satans doel te bereiken: het elimineren van dat volk, dat de navel van de wereld bewoont (Ezechiël 38:12). Ja, alle volken zullen te hoop lopen tegen Jeruzalem; Israël zal geen vriend meer overhouden.

Zacharia-12:2-3 (HSV/NBV) – Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal Ik van de stad een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen.

De aan ons natuurlijke oog onttrokken oorlog zal steeds meer zichtbaar worden. Nog meer dan nu al het geval is, zal de haat en de vijandschap tegen Israël zichtbaar worden. Maar het zal de vijanden en de tegenstanders van Israël noodlottig worden (Micha 4:11-13). Daar laat God geen enkele twijfel over bestaan. En dat kunnen we nu al zien, want Gods recht en vergelding gaan voor Hem uit, banen voor Hem de weg (Psalm 85:14; Jesaja 40:10, 62:11; Openbaring 22:12).

Aan het front

Eén van de manieren om de Vader te eren, om Zijn Naam groot te maken, is door Hem als een wachter te herinneren. Als we God op deze manier verheerlijken, dan houden we daarbij Zijn Woord stevig in onze hand, als een tweesnijdend zwaard, waarmee we, in de autoriteit van Jeshua (Lucas 10:19), aan de volken en hun leiders het geschreven recht voltrekken. In geestelijk opzicht staan we daarmee aan het front, vechten we mee met Michaël en zijn engelen.

Door de Vader te herinneren en Zijn Naam daarmee te verheerlijken, zal Hij Zijn volk belonen door hun recht te doen.

Het gezag dat de Vader geeft aan Zijn getrouwen als ze Hem lofprijzen, is niet te bevatten. En toch gebruikt God juist gewone mensen – zoals wachters die Hem herinneren – om af te rekenen, “in de hemel met de machten van de hemel, en op aarde met de vorsten van de aarde” (Jesaja 24:21).

Deuteronomium 32:40-42 – Ik hef Mijn hand op naar de hemel en zweer: ‘Zo waar Ik eeuwig leef: Ik wet Mijn bliksemend zwaard, Ik ga het vonnis voltrekken. Ik zal Mij wreken op Mijn vijanden, Ik reken af met wie Mij haatten. Mijn pijlen maak Ik dronken van het bloed van vijanden, gevallen en gevangen; Mijn zwaard verslindt het vlees van hun mannen die zo dreigend hun haren hadden losgeworpen.’

Wanneer God de volken vergeldt voor wat ze Zijn volk hebben aangedaan, dan strekt dat Israël tot eer. De voltrekking van het vonnis “is de glorie voor al Zijn getrouwen”, omdat het bewijst dat “er een God is die recht doet op aarde” (Psalm 58:12, 9:12-21, 94, 149:9).

Jesaja 26:9 – Reikhalzend kijk ik naar U uit, zelfs ‘s nachts verlang ik naar U. Wanneer U een oordeel over de wereld velt, zullen de mensen op aarde gerechtigheid leren.

3 reacties op “Het geschreven recht voltrekken

  1. 1

    Bas, wie “haatten” Jeshua toen Hij op aarde was?

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
    • 2

      Beste Derk,

      Je stelt een korte vraag, maar het antwoord is lang. Met je vraag refereer je aan Deuteronomium 32:41, waar God zegt dat Hij afrekent met wie Hem haatten. Wie zijn dat? Het lijkt mij dat daarmee in de eerste plaats gedoeld wordt op degenen die zich in woord en daad verzetten tegen God, Zijn Zoon en Zijn geliefde volk en tegen hen samenspannen (Psalm 2).

      Maar daarnaast wordt, denk ik, ook gedoeld op degenen die God niet de plaats geven die Hem toekomt, die Jeshua niet erkennen als de door God gezonden Messias en die Israël niet erkennen als het door God uitverkoren volk.

      Hoewel wij het Hebreeuwse werkwoord שׂנא (saw-nay’) en het Griekse werkwoord μισέω (mis-eh’-o) veelal vertalen met “haten”, kan het in sommige gevallen beter vertaald worden met een minder hard equivalent. Zo zou in sommige gevallen in plaats van “haten”, beter vertaald kunnen worden met “afwijzen”, “breken” of “op de tweede plaats stellen”.

      Neem bijvoorbeeld Lucas 14:26, waar de NBG μισέω vertaalt met “haten” en de NBV met “breken”. Maar Jeshua bedoelt hier natuurlijk niet te zeggen dat je je vader en moeder moet haten of ermee moet breken. Integendeel, je moet ze eren (Deuteronomium 5:16). Nee, Jeshua bedoelt hier te zeggen dat je Hém boven je vader, je moeder, je familie en zelfs je eigen leven moet stellen. Mijns inziens had hier dus beter vertaald kunnen worden: “Indien iemand tot Mij komt, en zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters niet op de tweede plaats stelt, ja zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.”

      Andere plaatsen, waar “haten” in mijn optiek beter vertaald had kunnen worden met “afwijzen”, “breken” of “op de tweede plaats stellen” zijn onder andere te vinden in Spreuken 9:8 en 25:17, Jeremia 12:8, Hosea 9:15, Mattheus 5:43 en 6:24, Johannes 7:7 en 15:18-24.

      Ik hoop hiermee je vraag enigszins te hebben beantwoord.

      Bas

      Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie
  2. 3

    ‘Pas als het ‘geschreven recht’ wordt nageleefd, wordt er recht gedaan.’ We zijn van nature hardleers Bas. Laten we trouw onze post innemen op de muren van Jeruzalem en waar dan ook, aanbiddend, met het ‘tweesnijdend zwaard’ in de hand. God zal recht doen!

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie

Reageer

Je email adres is nooit zichtbaar. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>