Dit is Mijn volk

Gepubliceerd Friday, 27 October, 2017 in Weblogs Bas Van Twist 2 Comments

Weblog van Bas van Twist, oktober 2017

De meesten van ons zijn wel bekend met de hoofdstukken 12 en 14 van Zacharia, maar hoofdstuk 13 is voor velen veel minder bekend. Het is ook een moeilijk hoofdstuk, zeker als je je enkel baseert op de Nederlandse Bijbelvertalingen. Maar bij nader onderzoek blijkt dit hoofdstuk onverwachte verwijzingen naar Gods majestueuze reddingsplan te bevatten. Verwijzingen die in de meeste vertalingen helaas zijn weg vertaald. En daarom leek het me goed om dit hoofdstuk eens nader te bestuderen en hierna vers voor vers te bespreken.

Het hoofdstuk gaat verder waar het vorige eindigt, namelijk bij het wonder dat de heilige Geest aanricht in het hart van het volk op “de laatste dag”, op de dag dat ze een levens veranderende ontmoeting hebben met de Zoon. Als ik me probeer voor te stellen wat er dan allemaal te gebeuren staat die dag, duizelt het me. Ik denk allereerst aan de blijdschap bij de Vader, wanneer Zijn volk op die dag vol berouw naar Hem terugkeert.

Jesaja 65:19 – Dan zal Ik over Jeruzalem jubelen en Mij verblijden over Mijn volk.

Wat een vreugde zal er zijn bij Jeshua als ze eindelijk één zijn in de Vader: Hij, de eniggeboren Zoon, en Israël, Gods eerstgeboren zoon (Johannes 17:21).

En wat een impact zal de ontmoeting met Jeshua niet teweegbrengen bij het volk, als ze zien wie Jeshua werkelijk is (1 Johannes 3:2), als ze Hem vergeving vragen voor al hun misdaden en Hij hun die alle zal vergeven (Jeremia 3:22, 33:8; Hosea 14:3;), want de Vader heeft het oordeel immers helemaal aan de Zoon toevertrouwd (Johannes 5:22).

Op die dag zal de Zoon op gezag en in naam van de Vader het volk gereed maken voor de taken die het zal hebben in Zijn Koninkrijk.

In Zacharia 13 lezen we dan verder wat er gebeurt als die tijd is aangebroken.

Zacharia 13:1 – Op die dag zal er een bron ontspringen waarin de nakomelingen van David en de inwoners van Jeruzalem hun zonde en onreinheid kunnen afwassen.

Degenen van het volk die bekend zijn met de HEER, zullen degenen die dat nog niet waren onderwijzen totdat ze Hem allemaal kennen van groot tot klein (Jeremia 31:34). En net als destijds bij Paulus, zal tegen degenen die voor het eerst een ontmoeting met Jeshua hebben gehad, worden gezegd: “Wat aarzel je nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je Zijn naam aanroept” (Handelingen 22:16). En dan zullen ze gaan naar het midden van de stad, waar een bron ontspringt, waarin ze hun zonden en onreinheid zullen afwassen.

Het volk zal naar de Vader terugkeren, naar “de bron van levend water” (Jeremia 2:13, 17:13), en Gods Geest zal in hen “een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft” (Johannes 4:14)!

Zacharia 13:2 – Als die tijd aanbreekt – spreekt de HEER van de hemelse machten – zal Ik alle afgoden uit het land laten verdwijnen; hun namen zullen niet meer worden genoemd. Ik zal ook de (valse) profeten uitbannen, en met hen de geest van onreinheid die het land bezoedelt.

Alles wat tussen God en Zijn volk in stond, alles wat hen verhinderde Hem te gehoorzamen, zal Jeshua wegvagen uit het land, zodat er niet meer aan wordt gedacht, niet meer naar wordt terug verlangd. Er zal geen onreinheid in het land meer zijn, alles wat het land bezoedelde zal verdwenen en vergeten zijn en ook zullen er geen profeten of geestelijk leiders meer zijn die niet juist over God spreken.

Zacharia 13:3-4 (HSV) – En het zal gebeuren, wanneer iemand toch nog profeteert, dat zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, tegen hem zullen zeggen: Jij mag niet blijven leven, want je hebt leugens gesproken in de Naam van de HEER. Zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, zullen hem doorsteken wanneer hij profeteert. Op die dag zal het gebeuren dat die profeten beschaamd zullen worden, ieder vanwege zijn visioen, wanneer hij profeteert. Zij zullen geen haren mantel aantrekken om te liegen.

Er zullen geen profeten meer zijn in het land die misleidende dromen profeteren en het volk met leugens en aanmatigende praatjes bedriegen en beweren dat het de HEER is die zo spreekt (Jeremia 23:30-31). En degenen die niet juist spraken over God zullen zich schamen en Hem om vergeving smeken.

In het (hypothetische) geval dat er dan toch nog iemand zou zijn die in Gods Naam leugens verkondigt, dan zal hij door zijn vader en moeder worden ‘doorstoken’. Het Hebreeuwse werkwoord dat hier staat, דָּקַר (da-kar’), komen we ook tegen in Zacharia 12:10: “en over Degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen”. In de Bijbel heeft דָּקַר (da-kar’) niet alleen de betekenis van doorsteken, maar ook van beschimpen (zie Strong’s H1856). De verwijzing lijkt duidelijk: zoals Jeshua destijds werd beschimpt door Zijn eigen vlees en bloed, zo zal, in het (denkbeeldige) geval er nog iemand leugens verkondigt in de naam van de HEER, zo iemand worden beschimpt door zíjn eigen vlees en bloed.

In de NBV lezen we vervolgens in de verzen 5 en 6: “Ze zullen zeggen: ‘Ik ben helemaal geen profeet; al van jongs af aan bewerk ik als slaaf de grond.’ En wanneer zo iemand gevraagd wordt: ‘Hoe kom je dan aan die striemen op je rug?’, dan zal hij antwoorden: ‘Die heb ik opgelopen in het huis van mijn meesters.'”

De NBV-vertalers veronderstellen blijkbaar – en ze staan daarin bepaald niet alleen – dat het in deze verzen nog steeds gaat om de valse profeet uit de verzen 3 en 4, die zich, uit schaamte voor zijn leugens, voordoet als slaaf. Maar de vertalers slaan hier de plank mis. Ik heb daarom de vrijheid genomen om aan de hand van de Interlinear Study Bible, Strong’s Dictionary en de Naardense Bijbel mijn eigen vertaling (EV) te gebruiken bij de bespreking van deze verzen.

Zacharia 13:5 (EV) – Maar Hij zal zeggen: Ik ben geen valse profeet, Ik ben de Man die de aarde dient, want als mens ben Ik geworven van Mijn jeugd af.

Hier is namelijk de Messias aan het woord en niet een valse profeet. In tegenstelling tot de valse profeten (נָבִיא, naw-bee’) spreekt Jeshua wél juist over God. Maar Hij is dan ook de van God gezonden Messias, die naar de wereld kwam als mens (אָדָם, a-dam) om de wereld met de Vader te verzoenen, om de (met mensen bewoonde) aarde (אֲדָמָה, a-da-ma’) te dienen.

Johannes 3:16-17 – Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.

De mens had gezondigd en God had hem verbannen uit Zijn paradijs.

Genesis 3:17-23 – Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die Ik je had verboden. Vervloekt is de aardbodem om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. (…) Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.’ (…) Daarom stuurde Hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen.

Paulus leert ons dat door één mens de zonde in de wereld kwam en door de zonde de dood, en dat zo de dood voor ieder mens is gekomen, want ieder mens heeft gezondigd. Maar in Jeshua zijn we levend voor God, omdat we door Jeshua als rechtvaardigen zijn aangenomen (Romeinen 5:12, 6:11, 8:10). En voor dat doel is Hij door de Vader geworven als mens.

1 Timotheüs 2:5-6 – Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Messias Jeshua, die Zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd.

En dan lezen we in hoofdstuk 13 kort iets over de ontmoeting die er plaatsvindt tussen het volk en Zijn Messias op die grote dag.

Zacharia 13:6 (EV) – En men zal tegen Hem zeggen: “Wat betekenen die slagplekken in het midden van Je handen?” Dan zal Hij zeggen: “Dat Ik ben geslagen in het huis van Mijn vrienden.”

Net als in Zacharia 12:10 en Psalm 22:17 wordt in dit vers gerefereerd aan de kruisdood van de Messias, door te wijzen op de met spijkers doorboorde plekken in zijn handen (en voeten). Is het in Zacharia 12 en Psalm 22 de Messias Zelf die ernaar verwijst, in Zacharia 13 is het het volk dat erop wijst, wanneer ze Hem vragen waarom Hij die slagplekken in de palmen van Zijn handen heeft, hoe Hij daaraan komt? Vol erbarmen zal Jeshua hun dan uitleggen, dat het was, omdat Hij de straf heeft gedragen voor hun zonden, want de HEER had al hun wandaden op Hem laten neerkomen (Jesaja 53:5-6; Filippenzen 2:7-8).

Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden, leerde Jeshua Zijn discipelen (Johannes 15:13-14). Jeshua Zelf heeft dat volbracht aan het kruishout en straks bij Zijn wederkomst zal het volk dat ten volle begrijpen.

In vers 6 lezen we dat Zijn kruisiging plaatsvond in het huis van Zijn vrienden. De Zijnen, die Hem eerder afwezen, noemt Hij hier dus Zijn vrienden, want ook voor hen heeft Hij Zijn leven gegeven. Jeshua zegt in het gesprek met de Kanaänitische vrouw zelfs dat Hij “slechts” gekomen is “voor de verloren schapen van het volk van Israël” (Mattheüs 15:24). Juist voor degenen van het volk, die van de weg van God waren afgedwaald, is Hij gekomen (Johannes 1:11)!

Als het volk werkelijk begrijpt wat die littekens in Zijn handen betekenen, dan zal de liefde van twee kanten komen. Dan zullen degenen die Jeshua eerder afwezen, diep voor Hem buigen en zal in hen Zijn grootheid zichtbaar worden.

Maar voor het zo ver is, moest de Messias eerst nog lijden en sterven en moest het volk uit het land worden verdreven. En dat lezen we in de volgende verzen.

Zacharia 13:7 (EV) – Ontwaak, o zwaard, tegen Mijn Herder, tegen de Man die Mijn Metgezel is, spreekt de HEER van de legermachten. Sla die Herder en de schapen zullen overal verspreid worden. Maar Ik zal Mijn hand uitstrekken naar de zwakken van de kudde.

Toen Jeshua na de sedermaaltijd met de discipelen onderweg was naar de Olijfberg, herinnerde Jeshua Zijn leerlingen aan deze profetie bij monde van Zacharia.

Mattheus 26:31 – Onderweg zei Jeshua tegen hen: ‘Jullie zullen Mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de Herder doden, en de schapen van Zijn kudde zullen uiteengedreven worden.”

En hoewel de leerlingen, met Petrus voorop, stellig verklaarden Hem nooit in de steek te laten, gebeurde precies wat Zacharia had voorzegd, want toen de Romeinse soldaten Jeshua gevangen namen, lieten ze Hem allemaal in de steek en vluchtten ze weg (Mattheus 26:56).

Maar deze profetie zag verder dan wat erop die bewuste Pesachavond gebeurde. Niet alleen de discipelen werden uiteengedreven, maar uiteindelijk heel het volk. Vanaf het jaar 70 werd het Joodse volk immers verspreid over alle volken en landen. God verborg Zijn gezicht voor hen in laaiende toorn. Maar, zoals Zacharia ook voorzegde, zou de Vader Zijn hand uitstrekken naar de zwakken van de kudde, Hij zou Zich weer over hen ontfermen en hen vrijkopen (Jesaja 54:8).

Ezechiël 34:12 – Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar Mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken.

Maar wat een verschrikkelijke tijd ging daar eerst nog aan vooraf, voordat de Vader een keer bracht in hun lot, voordat Hij opstond om Zich over hen te ontfermen. Daarover profeteert Zacharia ook.

Zacharia 13:8 – In heel het land – spreekt de HEER – zal twee derde worden uitgeroeid en omkomen; slechts een derde deel zal worden gespaard.

Uit meerdere historische bronnen weten we dat tussen 66 en 135, de periode van de Joodse opstanden tegen de Romeinen, circa één derde van de Joodse bevolking in het land is omgekomen door het zwaard. Een vergelijkbaar aantal vond de dood in gevangschap, als slaaf, door de honger of de pest. Nog eens een derde deel werd door de Romeinen gedeporteerd en uiteindelijk verstrooid onder alle volken. En overal waar ze kwamen werden ze opgejaagd, leefden ze in angst en leidden ze een kwijnend bestaan (Ezechiël 5:12). De straf die God, bij monde van Mozes, had voorzegd wanneer het volk Hem ongehoorzaam zou worden, was werkelijkheid geworden (Deuteronomium 28:63-66).

Ook Jeshua voorzegde dat die straf voltrokken zou worden, dat alles wat geschreven stond in vervulling zou gaan (Lucas 21:20-22). Jeshua is er kapot van, omdat Hij als geen ander weet welke rampen het volk zullen overkomen, dat het een tijd zal zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot dan toe nog niet zijn geweest en er ook nooit meer zullen komen (Lucas-19:41-44; Daniël 12:1). Amper vier decennia later breekt die vreselijke tijd aan.

Wij kunnen ons geen voorstelling maken van de ellende en de rampspoed die het Joodse volk in de afgelopen negentien eeuwen heeft meegemaakt. Geen ander volk ter wereld heeft zoveel onrecht en lijden gekend als het Joodse volk.

In vers 8 kan voor פֶּה (peh) ook gelezen worden “derden” in plaats van “derde”. Verder kan het woord ארץ (‘erets) zowel vertaald worden met “het land” als met “de aarde”. Ik denk dat we dichterbij de werkelijkheid zitten als we פֶּה (peh) vertalen met “derden”, want, zoals we hiervoor zagen, kwam tussen 66 en 135 één derde van de Joodse bevolking in het land om door het zwaard, maar tijdens de Shoah kwam nog eens één derde van alle Joden in de wereld om. Dus tot tweemaal toe werd één derde van het Joodse volk vermoord!

Wij kunnen niet achter de hemelse schermen kijken, maar één ding staat vast: na de Tweede Wereldoorlog is God opgestaan om Zich over Sion te ontfermen en is haar tijd van genade gekomen (Psalm 102:14). Voor “één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd” was het Joodse volk overgeleverd aan de wereldmachten (Daniël 7:25), maar daaraan is een einde gekomen, toen God na de Shoah een keer bracht in hun lot (Amos 9:14; Sefanja 3:20). Vanaf dat moment kan “de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld” worden, omdat God er met eigen ogen over waakt (Daniël 12:7; Zacharia 9:8).

En God voorzegde dat Zijn volk zich dan weer naar Hem zou gaan wenden.

Ezechiël 6:9 – Degenen die ontkomen, zullen aan Mij denken wanneer ze wonen bij de volken waar ze in gevangenschap naartoe worden gevoerd. Ze zullen zich herinneren hoe diep ze Mij krenkten toen hun overspelig hart Mij verliet en hun ogen naar hun afgoden lonkten. Dan zullen ze van zichzelf walgen omdat ze zich zo gruwelijk hebben misdragen, en beseffen dat Ik, de HEER, niet zonder reden heb gezegd dat Ik hun deze rampspoed zou aandoen.

Na die tijd van enorme verschrikkingen, keert het volk weer terug: eerst naar hun land, dan naar hun God. Eerst is er het aardse herstel, dan het geestelijke herstel (Ezechiël 37:14; 1 Korintiërs 15:46).

Zacharia 13:9 – Dat deel zal Ik louteren in het vuur: Ik zal hen smelten als zilver en zuiveren als goud. Zij zullen Mijn Naam aanroepen en Ik zal antwoorden. Ik zal zeggen: ‘Dit is Mijn volk,’ en zij zullen zeggen: ‘De HEER is onze God’.

Omwille van Zijn heilige Naam beloofde God Zijn volk weer bijeen te brengen uit alle landen waarheen Hij ze had verjaagd. Met hart en ziel zou Hij hen weer zegenen en hen voorgoed terugplanten in hun grond (Jeremia 32:41; Amos 9:15).

Sinds 1948 zien we die beloften in vervulling gaan. Tot in detail. We zien steden die uit de as herrijzen, puinhopen die weer worden opgebouwd (Jeremia 30:18; Ezechiël 36:33; Amos 9:14). Het land is weer vol met mensen en dieren. Er worden wijngaarden geplant en tuinen aangelegd, terwijl het volk weer volop te eten en te drinken heeft (Jeremia 31:27; Hosea 14:6; Joël 2:19; Haggai 2:19; Zacharia 8:12; Amos 9:15).

Vanaf de muren van Jeruzalem heb je een schitterend uitzicht op dit zichtbare, tastbare en levende bewijs van Gods trouw aan Zijn volk.

Dat derde deel dat overleefde is het Joodse volk in onze dagen. En straks als Jeshua terugkomt zal dat deel belijden: De HEER is onze God!

Maar het feest is dan nog niet compleet, want het zal ook het langverwachte moment zijn waarop de Messias de doden van Zijn volk zal opwekken.

Johannes 6:39-40 – Dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft: dat Ik niemand van wie Hij Mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat Ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil Mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat Ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.

Verschillende profeten hadden dit ook al voorzegd, zoals Jesaja:

Jesaja 26:19 (GNB) – Maar wie U toebehoren, HEER, de doden van mijn volk, zullen leven, weer opstaan. Wie in de aarde ligt: Ontwaak en juich! Uw dauw, HEER, is een levenwekkende dauw, door Uw dauw geeft de aarde haar doden terug.

En ook David profeteerde over dit wonder:

Psalm 22:30 – … ook zullen voor Hem knielen wie in het graf zijn neergedaald, wie hun leven niet konden behouden.

Als dat allemaal gebeurt, zal elk oog zien dat de Vader alles aan het gezag van de Zoon heeft onderworpen (Hebreeën 2:8).

Israël zal eindelijk tot zijn bestemming komen, zoals de Vader die voor ogen stond, toen Hij hen formeerde. Het “telt enkel nog rechtvaardigen” (Jesaja 60:21). Ja, de kleinste onder de volken zal worden “tot een machtig volk”, tot “een onafzienbare menigte” (Jesaja 60:22; Ezechiël 37:10), dat de heidenvolken zal voorgaan in het eren en dienen van God, in het onderwijzen van Zijn leefregels.

Iedereen zal vervuld zijn met ontzag voor de HEER, zelfs de dieren, de bomen, de heuvels en de rivieren (Jesaja 55:12). Het gezag en de autoriteit die de Vader aan de Zoon heeft gegeven, zal overal op aarde worden herkend en erkend. Geleidelijk zullen de verschillende samenlevingen een nieuwe structuur krijgen naar het concept van Gods Koninkrijk, waar recht en gerechtigheid heersen en waar Jeshua zichtbaar is in de mensen.

Vanaf de Sion zal Gods onderricht klinken en vanuit Jeruzalem zal de wet uitgaan (Jesaja 2:3; Micha 4:2; Mattheüs 5:17-20). Jeruzalem zal in alle opzichten hét centrum van de wereld zijn. En het Joodse volk, dat door de hele wereld eeuwenlang werd veracht, zal door alle volken op aarde met eer en roem worden overladen, omdat God in hun midden woont, hen zegent en hen heiligt (Jeremia 32:40; Ezechiël 37:27; Sefanja 3:19-20).

Vader, laat Uw Koninkrijk komen!

2 reacties op “Dit is Mijn volk

  1. 1
    Huibert zei: op 28 October 2017 om 12:57

    👍👍👍

    Beantwoord reactie | Je beantwoordt nu deze reactie

Reageer

Je email adres is nooit zichtbaar. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>