» Download bijbelteksten over 'Opwekking'.
» Download bijbelteksten over 'God's liefde voor Israël'.
» Download teksten over 'de Uitverkiezing van Israël'.
» Download de 'Algemene Proclamaties'.
» Download 'Ik zal' proclamaties.
- Alle Downloads zijn MS Word documenten.
Druk op een onderwerp om de betreffende proclamaties te bekijken. Al deze proclamaties kun je downloaden via bovenstaande knop 'Algemene Proclamaties'.
Want u bent een volk dat aan de
HEER, uw God, is gewijd.
U bent door Hem uitgekozen om, anders
dan alle andere volken op aarde, Zijn kostbaar
bezit te zijn.
Het is niet omdat u talrijker was dan de andere volken dat Hij u lief kreeg en uitkoos
u was het kleinste van allemaal!
Maar omdat Hij u liefhad en zich wilde houden aan wat Hij uw voorouders onder ede had beloofd...( ) Besef dus goed:
alleen Hij houdt woord; Hij komt Zijn beloften
na en is trouw aan ieder die Hem liefheeft en
die doet wat Hij gebiedt, tot in het duizendste
geslacht.
(Deut.7:6-9)
Misschien denkt u bij uzelf: Die volken zijn
groter dan wij, hoe zouden wij ze kunnen
verslaan? Wees niet bang voor hen; bedenk wat de HEER, uw God, de farao en heel Egypte heeft aangedaan. Herinner u de grootse daden die u met eigen ogen hebt gezien, de tekenen en wonderen en uw bevrijding met sterke hand en opgeheven arm! Zo zal de HEER ook optreden tegen alle volken die u angst aanjagen.
Wees dus niet bang voor hen, want de HEER, uw God, een machtige en ontzagwekkende God, is in uw midden.
(Deut.7:17-19, 21)
‘Luister, Israël. Vandaag bindt u de strijd aan met de vijand. Wees sterk en moedig, laat u niet afschrikken en wees niet bang voor hem: de HEER, uw God, gaat met u mee, Hij is het die de strijd voor u voert tegen de vijand; Hij schenkt u de overwinning.»
(Deut.20:3,4)
Maar U, HEER, troont voor eeuwig,
Uw roem zal duren, geslacht na geslacht.
U zult opstaan en U over Sion ontfermen,
de tijd van genade is gekomen, dit is het uur,
want Uw dienaren hebben de stenen van Sion lief, de ruïnes vervullen hen met deernis.
Alle volken zullen de naam van de HEER vrezen, alle koningen van de aarde Zijn majesteit eren als de HEER Sion heeft opgebouwd en Hij in majesteit is verschenen, als Hij zich neigt tot het gebed van de ontheemden en Zich van hun bidden niet afkeert.
Laat dit voor het (laatste) nageslacht worden opgeschreven, dan zal een herboren volk de HEER loven als de HEER heeft neergezien van Zijn heilige hoogte, Zich vanuit de hemel naar de aarde heeft neergebogen om het zuchten van gevangenen te horen, om vrij te laten wie de dood nabij zijn.
Dan wordt in Sion de naam van de HEER geprezen, Zijn lof gezongen in Jeruzalem, als volken en koninkrijken bijeenkomen om de HEER te aanbidden.
( Psalm 102:13-23)
En toch wacht de HEER op het ogenblik
dat Hij jullie genadig kan zijn;
toch zal Hij zich oprichten
om zich over jullie te ontfermen.
Want de HEER is een God van recht.
Gelukkig de mens die op Hem wacht.
Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want Hij zal zich over je ontfermen als je weeklaagt, Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort.
( ) Hij die jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen.
(Jesaja 30:18-20)
Ik heb je slechts een ogenblik verlaten,
maar met open armen zal Ik je weer ontvangen.
Ik verborg Mijn gezicht voor je
in laaiende toorn, één ogenblik lang,
maar Ik zal me weer over je ontfermen
met eeuwigdurende liefde,
zegt de HEER, die je vrijkoopt.
Mijn liefde zal nooit meer van jou wijken
en Mijn vredesverbond is onwankelbaar
-zegt de HEER, die zich over jou ontfermt.
(Jesaja 54:7,8, 10)
Vanaf die dag zal het volk van Israël beseffen dat Ik, de HEER, hun God ben, en de andere volken zullen beseffen dat de Israëlieten zelf aan hun ballingschap schuldig zijn.
Omdat ze Mij ontrouw waren verborg Ik Mijn gelaat voor hen. Ik leverde hen aan hun vijanden uit en zij vielen door het zwaard.
( ) Ik heb me van hen afgewend. Maar, zegt God, de HEER: Nu zal Ik Jakobs lot ten goede keren, Me ontfermen over heel het volk van Israël en strijden voor Mijn heilige naam.
Ze zullen beseffen dat Ik, de HEER, hun God ben: Ik heb hen over de hele wereld in ballingschap gestuurd en Ik breng hen ook weer naar hun eigen land terug: Ik zal niemand achterlaten. Ik zal Mijn geest over het volk van Israël uitgieten en Mijn gelaat niet meer voor hen verbergen - zo spreekt God, de HEER.
( Ezech.39:22,23,25,28,29)
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Brandend van liefde neem Ik het op voor Jeruzalem en Sion, en ziedend van woede ben Ik op de zelfgenoegzame volken. Ik had Mijn toorn al weer laten varen, maar zij hebben Mijn volk steeds harder aangepakt. Daarom -zegt de HEER- keer Ik vol erbarmen terug naar Jeruzalem. ( ) Opnieuw zal de HEER Sion troosten, opnieuw zal Hij Jeruzalem uitverkiezen.»
(Zach.1:14-16,17b)
God, met eigen oren hebben wij het gehoord,
onze voorouders vertelden het ons door:
De daden die U verrichtte in hun dagen,
in de dagen van weleer.
Om hén te planten hebt U volken verdreven,
naties verslagen om ruimte te geven aan hén.
Zij verkregen het land niet met het zwaard,
niet hun eigen kracht heeft hen gered,
maar Uw rechterhand, Uw arm,
het licht van Uw gelaat - U had hen lief.
U, God, bent mijn koning,
U beveelt de redding van Jakob.
Met U stoten wij onze belagers neer,
met Uw naam vertrappen wij onze tegenstanders.
Het is niet mijn boog waarop ik vertrouw,
niet mijn zwaard dat mij redt,
U hebt ons gered van onze belagers,
U liet onze haters beschaamd staan.
God, wij loven U dag na dag,
Uw naam zullen wij altijd prijzen.
Toch hebt U ons nu verstoten en vernederd:
U trok niet ten strijde met onze legers,
U deed ons wijken voor onze belagers,
onze haters roofden ons leeg.
Word wakker, HEER, waarom slaapt U?
Ontwaak! Verstoot ons niet voor eeuwig.
Waarom verbergt U Uw gelaat,
waarom vergeet U onze ellende, onze nood?
Onze ziel ligt neergebogen in het stof,
ons lichaam vastgekleefd aan de aarde.
Sta op, kom ons te hulp,
verlos ons, omwille van Uw trouw.
(Psalm:44:1-11, 25-27)
Hoor ons, Herder van Israël,
die Jozef leidt als een kudde.
U die troont op de cherubs, verschijn in luister
aan Efraïm, Benjamin en Manasse.
Laat Uw kracht ontwaken,
kom, en red ons.
God, keer ons lot ten goede,
toon Uw lichtend gelaat en wij zijn gered.
Heer, God van de hemelse machten,
hoe lang nog blijft U vertoornd op Uw biddende volk?
U liet ons brood van tranen eten
en een stroom van tranen drinken.
U hebt andere volken tegen ons opgezet,
onze vijanden drijven de spot met ons.
God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede,
toon Uw lichtend gelaat en wij zijn gered.
(Psalm 80:1-8)
God, houd U niet stil,
zwijg niet, God, zie niet onbewogen toe,
Uw vijanden roeren zich,
trots heffen Uw haters het hoofd.
Tegen Uw volk smeden zij een complot,
ze spannen tegen Uw lieveling samen,
en zeggen: ‘Kom, wij verdelgen dit volk,
Israëls naam zal nooit meer worden genoemd.»
Zij hebben samen plannen gesmeed
en zich tegen U verenigd:
de tenten van Edom en de Ismaëlieten,
Moab en de zonen van Hagar.
Mijn God, maak hen tot distelpluis,
tot kaf dat verwaait in de wind.
Zo snel als vuur het bos verbrandt,
als vlammen de bergen verschroeien,
laat zo Uw storm hen voortjagen,
Uw wervelwind hen verwarren.
Overdek hen met schande,
dan zullen zij vragen naar Uw naam, HEER.
Laat hen beschaamd staan, in verwarring raken
en eerloos verloren gaan, voorgoed.
Dan zullen zij weten dat Uw naam HEER is,
dat U alleen de Allerhoogste bent op aarde.
(Psalm 83:1-7, 14-19)
God van vergelding, HEER,
God van vergelding, verschijn in luister.
Verhef U, Rechter van de aarde,
geef de hoogmoedigen hun loon.
Hoe lang nog zullen de wettelozen, HEER,
hoe lang nog zullen de wettelozen juichen,
de onrechtvaardigen het hoogste woord voeren
en trotse taal uitslaan?
Zij vertrappen Uw volk, HEER,
onderdrukken Uw liefste bezit,
weduwen en vreemdelingen doden ze,
kinderen zonder vader brengen ze om.
Nee, de HEER zal Zijn volk niet verstoten,
Zijn liefste bezit niet verlaten.
Wie treedt voor mij op tegen die onrechtvaardigen,
wie beschermt mij tegen die schurken?
De HEER is mijn burcht geworden,
mijn God de rots waarop ik schuil.
Hij geeft de schuldigen het loon dat zij verdienen,
om hun onrecht brengt Hij hen tot zwijgen,
de HEER, onze God, brengt hen voorgoed tot zwijgen.
(Psalm 94:1-6, 14,16,22,23)
De HEER doet de plannen van volken teniet,
Hij verijdelt wat naties beramen,
maar het plan van de HEER houdt eeuwig stand,
wat Hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht.
Koningen winnen niet door een machtig leger,
brute kracht redt krijgsheren niet.
Van geen nut zijn paarden voor de overwinning,
hoe sterk ook, ze bieden geen uitkomst.
Het oog van de HEER rust op wie Hem vrezen
en hopen op Zijn trouw:
Hij zal hen redden in doodsgevaar,
bij hongersnood zal Hij hun leven sparen.
Wij verwachten vol verlangen de HEER,
Hij is onze hulp en schild.
Ja, om Hem is ons hart verblijd,
op Zijn heilige naam vertrouwen wij.
Schenk ons Uw trouw, HEER,
op U is al onze hoop gevestigd.
(Psalm 33: 10,11,16-22)
Dan zal ik juichen om de HEER,
mij verheugen over de redding die Hij brengt.
Uit de grond van mijn hart zal ik zeggen:
‘HEER, wie is aan U gelijk?
U bevrijdt de zwakken van hun onderdrukkers,
De zwakken en de armen van hun uitbuiters.»
Want het woord vrede kennen zij niet,
en tegen de weerlozen in het land
smeden zij bedrieglijke plannen.
U hebt het gezien, HEER, zwijg dan niet,
mijn HEER, houd U niet ver van mij.
Verhef U, ontwaak, mijn God en mijn HEER,
verdedig Israël, vecht voor mijn zaak.
Dat van vreugde juichen
wie willen dat Israël recht wordt gedaan.
Laat hen gedurig mogen zeggen:
‘Groot is de HEER,
vrede wil Hij voor Zijn dienaar.»
Van Uw gerechtigheid zal mijn tong spreken,
van Uw roem wil ik zingen, dag aan dag.
(Psalm 34:9,10,20,22,23,27,28)
Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.
Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat
haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan,
omdat zij dubbele straf voor haar zonden uit de
hand van de HEER heeft ontvangen.
(Jesaja:40:1,2)
De HEER troost Sion, Hij biedt troost aan haar ruïnes.
Hij maakt haar woestijn aan Eden gelijk, haar wildernis
wordt als de tuin van de HEER.
Het zal een oord zijn van vreugde en gejuich, waar
muziek en lofzang klinken.
(Jesaja 51:3)
Jeruzalem, sta op
Ontwaak, ontwaak, Sion, en
bekleed je met je pronkgewaad,
Jeruzalem, heilige stad.
(Jesaja 51:17 /52:1)
Hoe welkom is de vreugdebode die
over de bergen komt aangesneld, die
vrede aankondigt en goed nieuws brengt, die
redding aankondigt en tegen Sion zegt:
‘Je God is koning!»
Hoor! Je wachters verheffen hun stem,
samen barsten ze uit in gejuich,
want ze zien het met eigen ogen:
de HEER keert terug naar Sion.
Breek uit in gejubel,
ruïnes van Jeruzalem,
want de HEER troost zijn volk,
Hij koopt Jeruzalem vrij.
De HEER ontbloot zijn heilige arm ten
overstaan van alle volken, en de
einden der aarde zien hoe onze God
redding brengt.
(Jesaja 52:7-10)
Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je
hoeft geen tranen meer te storten. Want
Hij zal zich over je ontfermen als je weeklaagt,
Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort.
Zoals een vogel boven zijn nest vliegt, zo waakt
de HEER van de hemelse machten over Jeruzalem,
Hij waakt en Hij redt, Hij beschermt en bevrijdt.
Hun rouw verander Ik in vreugde, Ik troost hen, hun
verdriet vergeten zij.
Kinderen van Israël, keer terug naar Hem van
wie jullie zo ver zijn afgedwaald.
(Jesaja 30:19/31:5/Jeremia 31: 13)
Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen,
Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest,
op de stromen heeft Hij haar verankerd.
Wie mag de berg van de HEER bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats?
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens en
niet bedrieglijk zweert.
Zegen zal hij ontvangen van de HEER en
recht verkrijgen van God, zijn Redder.
Dat valt hun ten deel die U zoeken, die
zich tot U wenden - het volk van Jakob.
Hef o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef u, aloude ingangen:
de koning vol majesteit wil binnengaan.
Wie is die koning vol majesteit?
De HEER, machtig en heldhaftig,
de HEER, heldhaftig in de strijd.
Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef ze, aloude ingangen:
de koning vol majesteit wil binnengaan.
Wie is Hij, die koning vol majesteit?
De HEER van de hemelse machten,
Hij is de koning vol majesteit.
(Psalm 24)
Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,
omwille van Jeruzalem ben ik niet stil,
totdat het licht van haar gerechtigheid daagt en
de fakkel van haar redding brandt.
Jeruzalem, Ik heb wachters op je muren gezet die
nooit zullen zwijgen, dag noch nacht.
jullie die een beroep doen op de HEER,
gun jezelf geen rust en gun Hem evenmin rust,
totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en
haar roem op aarde heeft bevestigd.
Ga door de poorten, ga erdoorheen,
maak de weg vrij voor het volk.
Ruim baan! Effen de weg en verwijder de stenen.
(Jesaja 62:1,6,7,10)
Profeteer tegen de bergen van Israël, zeg:
"Bergen van Israël, luister naar de woorden van
de HEER! Bergen van Israël, jullie bomen zullen weer
uitlopen en vrucht dragen voor mijn volk Israël,
want dat zal spoedig terugkeren.
Ik zal Mij naar jullie toewenden en
jullie zullen weer worden ingezaaid.
Ik zal veel mensen op je laten wonen.
Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe
geest geven, Ik zal je versteende hart uit
je lichaam halen en je er een levend hart voor
in de plaats geven. Ik zal jullie Mijn geest geven en
zorgen dat jullie volgens Mijn wetten leven en
Mijn regels in acht nemen.
Jullie zullen in het land wonen dat Ik
aan je voorouders gegeven heb, jullie zullen
Mijn volk zijn en Ik zal jullie God zijn."
(Ezech..36:1, 8-11,26-28)
Op die dag zal Ik alles in het werk stellen
om de volken uit te roeien die Jeruzalem
belagen. Het huis van David en de inwoners
van Jeruzalem echter zal Ik vervullen met een
geest van mededogen en inkeer. Ze zullen
zich weer naar Mij wenden, en over degene
die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen
als bij de rouw om een enig kind;
hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet
om een oudste zoon. Op die dag zal men in
Jeruzalem zo luid weeklagen als er in de
vlakte van Megiddo wordt geweeklaagd
om Hadad-Rimon.
Het hele land zal rouwen.
Als die tijd aanbreekt, zal er in Jeruzalem
zuiver water ontspringen: de ene helft zal
in het oosten in zee uitmonden en de
andere helft in het westen.
En de HEER zal koning worden over de hele aarde.
(Zacharia 12:9-13/14:8,9)
Verheugd was ik toen ik hoorde:
‘Wij gaan naar het huis van de HEER,»
verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.
Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.
Daar komen de stammen samen,
de stammen van de HEER,
om Israëls plicht te vervullen,
te prijzen de naam van de HEER.
Daar zetelt het gerecht,
daar troont het huis van David.
Vraag om vrede voor Jeruzalem:
‘Dat rust hebben wie van je houden,
dat vrede heerst binnen je muren
en rust in je vesting.»
(Psalm 122:1 - 7)
Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe.
In de stad van onze God, op zijn heilige berg
-schone hoogte, vreugde van heel de aarde,
Sionsberg, flank op het noorden,
zetel van de grote koning-
De Sionsberg verheugt zich,
de steden van Juda juichen
om Uw rechtvaardige daden.
Ga rond Sion, trek eromheen,
tel zijn torens.
Bezie met aandacht zijn muren,
bewonder zijn vesting en
vertel aan uw nageslacht:
‘Zo is God, nu en altijd,
Hij is het die ons leidt, voor eeuwig.»
(Psalm 48:1,2,12-15)
Wie op de HEER vertrouwt is als de Sionsberg,
die onwankelbaar vast staat voor eeuwig.
Zoals de bergen Jeruzalem omringen,
zo omringt de HEER zijn volk
van nu tot in eeuwigheid.
(Psalm 125:1,2)
Toen de HEER het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.
Toen zeiden alle volken:
‘De HEER heeft voor hen iets groots verricht.»
Ja, de HEER heeft voor hen iets groots verricht,
we waren vol vreugde.
Keer ook nu ons lot, HEER,
zoals u water doet weerkeren in de woestijn.
Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.
Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.
(Psalm 126)
Welnu, dit zegt de HEER,
die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:
wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen,
Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!
Moet je door het water gaan- Ik ben bij je;
of door rivieren- je wordt niet meegesleurd.
Moet je door het vuur gaan - het zal je niet verteren,
de vlammen zullen je niet verschroeien.
Want Ik de HEER, ben je God,
de Heilige van Israël, je Redder.
Jij bent zo kostbaar in Mijn ogen,
zo waardevol, en Ik houd zo veel van jou!
(Jesaja 43:1-4)
Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het
uit van vreugde!
Je Koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Op die dag zal God, de HEER, Zijn volk als
een kudde in veiligheid brengen.
Als edelstenen in een kroon zullen ze
fonkelen op zijn land.
Wat schitterend! Wat mooi!
Ik ben vol zorg voor hen en zal hen veilig
thuisbrengen.
Dan zal het weer zijn als voorheen, alsof
Ik hen nooit verstoten had, want Ik ben de HEER,
hun God, en Ik zal hun gebeden verhoren.
(Zach. 9:9,16,17/10:6)
Waartoe leidt het woeden van de volken,
het rumoer van de naties? Tot niets.
De koningen van de aarde komen in verzet,
de wereldmachten spannen samen
tegen de HEER en
zijn Gezalfde:
»Wij moeten hun juk afwerpen,
ons van hun boeien bevrijden.»
Die in de hemel troont lacht,
de HEER spot met hen.
Dan spreekt Hij tot hen in woede,
en Zijn toorn verbijstert hen:
‘Ikzelf heb Mijn koning gezalfd,
op de Sion, Mijn heilige berg.»
Daarom, koningen, wees verstandig,
wees gewaarschuwd, leiders van de aarde.
Onderwerp u, toon de HEER uw ontzag,
breng Hem bevend uw hulde.
Bewijs eer aan Zijn Zoon met een kus,
anders ontvlamt Zijn woede, en uw weg loopt dood,
want bij het geringste ontsteekt Hij in toorn.
Gelukkig wie schuilen bij Hem.
(Psalm 2:1-6, 10-12)
God, houd U niet stil,
zwijg niet God, zie niet onbewogen toe,
Uw vijanden roeren zich,
trots heffen Uw haters het hoofd.
Tegen Uw volk smeden zij een complot,
ze spannen tegen Uw lieveling samen en
zeggen: ‘Kom, wij verdelgen dit volk,
Israëls naam zal nooit meer worden genoemd.»
Zij hebben samen plannen gesmeed
en zich tegen U verenigd.
Zij zeiden: »Wij bezetten het land
waar God Zijn woning heeft.»
Overdek hen met schande,
dan zullen zij vragen naar Uw naam, HEER.
Laat hen beschaamd staan, in verwarring raken
en eerloos verloren gaan, voorgoed.
Dan zullen zij weten dat Uw naam HEER is,
dat U alleen de Allerhoogste bent op aarde.
(Psalm 83:1-6, 13, 17-19)
Wee! Vele volken bulderen
zoals woeste zeeën bulderen,
talrijke naties razen
zoals kolkende watermassa»s razen;
de volken razen woest, zoals het wildste water raast.
Maar als God Zijn stem verheft, vluchten ze ver weg.
Ze stuiven uiteen, als kaf op de wind in de bergen,
als dwarrelende bladeren in een storm.
Nu lopen vele volken tegen je te hoop,
ze zeggen: ‘Laat Sion maar worden ontwijd,
wij zullen ervan genieten!»
Maar ze weten niet wat de HEER met ze voorheeft,
ze hebben geen inzicht in Zijn besluit.
De volken zullen het zien en beschaamd staan,
beroofd van hun kracht,
doof en met de hand op de mond.
Sidderend zullen ze uit hun burchten komen,
vol ontzag voor de HEER, onze God.
Ze zullen U vrezen!
Wie is een God als U,
die schuld vergeeft
en aan zonde voorbij gaat?
U blijft niet woedend op wie
er van Uw volk nog over zijn;
liever toont U hen Uw trouw.
Opnieuw zult U zich over ons ontfermen
en al onze zonden teniet doen.
Onze zonden werpt U in de diepten van de zee.
U bewijst Jakob Uw trouw
en Abraham Uw goedheid,
zoals U gezworen hebt aan onze voorouders,
in de dagen van weleer.
(Jesaja 17:12,13/ Micha 4: 11,12, 16-20)
De HEER heeft Sion verkozen
en als woonplaats begeerd:
‘Dit is, voor altijd, Mijn rustplaats,
hier verlang Ik te wonen.
Ik zal Sion met voedsel zegenen,
de armen brood geven in overvloed
en de priesters met eer bekleden.
Zijn getrouwen zullen juichen van vreugde.
Hier breng Ik Davids huis tot aanzien,
hier ontsteek Ik een lamp voor Mijn Gezalfde.
Zijn vijanden bekleed Ik met schande,
maar op zijn hoofd schittert een kroon.»
(Psalm 132:13-18)
‘Jubel, Sion, en verheug je, want ik
kom in jouw midden wonen - spreekt
de HEER. Er komt een tijd dat vele volken
zich bij Mij zullen aansluiten.
Zij zullen Mijn volk zijn, en bij jou, Sion,
zal Ik wonen.» Op heilige grond zal de HEER
het volk van Juda voorgoed in bezit nemen en
opnieuw zal Hij Jeruzalem uitverkiezen.
(Zach.2:14-16)
Ik brand van liefde voor Sion; met vurige
liefde neem Ik het op voor Jeruzalem.
Ik keer terug naar de Sion en kom in
Jeruzalem wonen.
"Stad van trouw" zal Jeruzalem heten, en
de berg van de HEER van de hemelse
machten "Heilige berg".
Opnieuw zullen er op de pleinen van
Jeruzalem oude mensen zitten, steunend
op hun stok vanwege hun hoge leeftijd,
en de straten zullen krioelen van de
spelende kinderen.
(Zach.8:2-5)
De HEER brult vanaf de Sion,
Hij gromt vanuit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar voor Zijn volk is de HEER een toevlucht,
Israël biedt Hij bescherming.
Dan zullen jullie inzien dat Ik, de HEER, jullie God,
woon op de Sion, Mijn heilige berg.
Jeruzalem zal een heilige stad zijn;
vreemden zullen er niet meer binnengaan.
En in het huis van de HEER ontspringt een bron
die zelfs het droogste woestijndal bevloeit.
Nooit gaat Juda ten onder
en Jeruzalem blijft altijd bewoond.
(Joël 4:16, 17, 20)
Hij is de HEER, onze God,
Zijn besluiten gelden over de hele aarde.
Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken
Zijn beloften aan duizend geslachten,
het verbond dat Hij sloot met Abraham
en voor Isaak bevestigde met een eed.
Voor Jakob verhief Hij het tot wet,
voor Israël tot een eeuwig verbond,
toen Hij zei: ‘Ik zal jou Kanaän geven,
dat land wordt je onvervreembaar bezit.»
(Psalm 105:7-11)
Is Efraïm niet Mijn geliefde zoon,
is hij niet Mijn oogappel?
Telkens als Ik over hem spreek
rijst zijn beeld in Mij op,
dan raak Ik diep bewogen.
Ik mòet Mij over hem ontfermen
-spreekt de HEER.
(Jeremia31:20)
Toen Israël nog een kind was, had Ik het lief;
uit Egypte heb Ik Mijn zoon weggeroepen.
Hoe harder ze geroepen werden,
hoe meer ze hun eigen weg gingen,
terwijl Ik het toch was die Efraïm leerde lopen
en hem op Mijn arm nam.
Maar zij beseften niet dat Ík hen verzorgde.
Zacht leidde Ik hen bij de teugels,
aan koorden van liefde trok Ik hen mee.
Ach Efraïm, hoe zou Ik je ooit kunnen prijsgeven?
Hoe zou Ik je kunnen uitleveren, Israël?
Mijn hart wordt verscheurd,
door barmhartigheid word Ik bewogen.
Ik zal mijn toorn laten varen en
Efraïm niet opnieuw te gronde richten.
Want God ben Ik, en geen mens,
Ik ben in jullie midden, Ik ben heilig,
Ik zal niet meer in woede ontsteken.
Dan laat Ik hen weer wonen in hun eigen huis.
(Hosea 11: 1-4, 8,9,11)
‘Dit zegt de HEER
van de hemelse machten:
Brandend van liefde neem Ik het op voor Jeruzalem en
Sion, en ziedend van woede ben Ik op de
zelfgenoegzame volken.
Ik had Mijn toorn immers al weer laten varen,
maar zij hebben Mijn volk steeds harder aangepakt.
Daarom keer Ik vol erbarmen terug naar Jeruzalem.
Opnieuw zal de HEER Sion troosten,
opnieuw zal Hij Jeruzalem uitverkiezen.
Wie aan Mijn volk komt, komt aan
Mijn oogappel!
Ik brand van liefde voor Sion; met vurige
liefde neem Ik het op voor Jeruzalem.
(Zach. 1:14-16,17/2:12/8:2,3)
Jeruzalem, Ik heb je slechts een ogenblik verlaten,
maar met open armen zal Ik je weer ontvangen.
Ik verborg Mijn gezicht voor je in
laaiende toorn, één ogenblik lang,
maar Ik zal me weer over je ontfermen
met eeuwigdurende liefde,
zegt de HEER, die je vrijkoopt.
Mijn liefde zal nooit meer van jou wijken
en Mijn vredesverbond is onwankelbaar
- zegt de HEER, die zich over je ontfermt.
Leen Mij je oor en kom bij Mij,
luister, en je zult leven.
Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond,
als bevestiging van Mijn liefde voor David.
Zoek de HEER nu Hij zich laat vinden,
roep Hem terwijl Hij nabij is.
(Jesaja 54: 7,8,10/ 55: 3, 6)
U bent Uw land genadig geweest, HEER
U keerde het lot van Jakob ten goede,
nam de schuld van Uw volk weg en
bedekte al zijn zonden.
U bedwong Uw woede en
wendde U af van Uw brandende toorn.
God, onze helper, keer terug tot ons,
onderdruk Uw afschuw van ons.
Breng ons weer tot leven,
dan zullen wij ons in U verheugen.
Toon ons Uw trouw, HEER,
en geef ons hulp.
De HEER spreekt woorden van vrede tegen
Zijn volk, Zijn getrouwen.
Trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus,
de HEER geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.
Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.
(Psalm 85: 1-7, 9,11-14)
Maar jou, Israël, Mijn dienaar,
Jakob, die Ik uitgekozen heb,
nakomeling van Abraham, Mijn vriend,
jou die Ik heb weggehaald van de einden der aarde,
die Ik van haar verste uiteinden terugriep -
jou zeg Ik: Jij bent Mijn dienaar,
jou heb Ik gekozen, Ik heb je niet afgewezen.
Wees niet bang, want Ik ben bij je,
vrees niet, want Ik ben je God.
Ik zal je sterken, Ik zal je helpen,
je steunen met Mijn onoverwinnelijke rechterhand.
Ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, Ik zal je helpen.
Wees niet bang, kleine Jakob,
arm volk van Israël,
Ik zal je helpen - spreekt de HEER -,
de Heilige van Israël is je Bevrijder.
(Jesaja 41:8-10, 13, 14)
In de woestijn kreeg Ik Israël lief,
van ver ben Ik naar je toegekomen, vrouwe Israël.
Ik heb je altijd liefgehad,
mijn liefde zal je altijd vergezellen.
Ik breng je weer tot bloei.
Je zult weer dansen in de rei en
de tamboerijnen laten klinken.
In Samaria»s bergen zul je wijngaarden planten,
en mogen eten van de eerste vruchten.
De dag breekt aan dat in
Efraïm de wachters op de bergen roepen:
"Kom, laten we op weg gaan naar de Sion,
naar de HEER, onze God!"
Juich van vreugde over Jakob,
jubel aan het hoofd van alle volken,
roep het uit, zing
een lofzang:
"De HEER heeft Zijn volk bevrijd."
Zij komen terug in tranen,
en Ik zal hen leiden.
Ik breng hen naar stromende beken.
Want Ik ben voor Israël een vader,
en Efraïm is Mijn eerstgeboren zoon.
Zij komen juichend naar de Sion,
stralend van vreugde
om de gaven van de HEER:
koren, wijn, olijfolie
Hun rouw verander Ik in vreugde, Ik troost hen,
hun verdriet vergeten zij.
(Jeremia 31: 2-7, 9,12,13)
Dit zegt de HEER: Ik zal de wonden van
de stad verbinden en haar herstellen,
Ik geef de inwoners blijvende vrede en voorspoed.
Ik breng een keer in het lot van Juda en Israël en
maak ze weer tot het volk van vroeger.
Ik zal het volk reinigen van alle wandaden waarmee
het tegen Mij gezondigd heeft. Ik zal het alle
wandaden vergeven waarmee het willens en wetens
tegen Mij gezondigd heeft.
Jeruzalem zal Mij weer vreugde geven en
Mij lof en roem brengen bij alle volken op aarde.
(Jeremia 33 : 5-9)
Profeteer tegen de bergen van Israël, zeg:
"Bergen van Israël, luister naar de woorden van
de HEER! Bergen van Israël, jullie bomen zullen weer
uitlopen en vrucht dragen voor Mijn volk Israël,
want dat zal spoedig terugkeren.
Ik zal Mij naar jullie toewenden en
jullie zullen weer worden ingezaaid.
Ik zal veel mensen op je laten wonen.
Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe
geest geven, Ik zal je versteende hart uit
je lichaam halen en je er een levend hart voor
in de plaats geven. Ik zal jullie Mijn geest geven en
zorgen dat jullie volgens Mijn wetten leven en
Mijn regels in acht nemen.
Jullie zullen in het land wonen dat Ik
aan je voorouders gegeven heb, jullie zullen
mMjn volk zijn en Ik zal jullie God zijn."
(Ezech..36:1, 8-11,26-28)
Dit zegt de HEER, de God van Israël:
Als jullie in dit land blijven, zal Ik jullie
opbouwen en niet afbreken, zal Ik jullie
planten en niet uitrukken, want Ik heb
spijt van het onheil waarmee Ik jullie getroffen heb.
(Jeremia 42 : 9, 10)
En jullie, kinderen van Sion, wees blij
en barst uit in gejubel om de HEER, jullie God,
want Hij geeft regen om je te verkwikken,
Hij laat de regen overvloedig op je neerdalen,
vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd.
De dorsvloeren liggen weer vol met graan,
de perskuipen lopen over van wijn en olie.
Ik zal jullie schadeloosstellen voor de oogst
van jaren die door al die zwermen
sprinkhanen is opgevreten, door Mijn grote leger,
dat Ik op jullie had afgestuurd. Je zult weer
volop te eten hebben, meer dan genoeg en
de naam van de HEER, je God, prijzen, want
Ik heb wonderbaar met jullie gehandeld;
nooit zal Mijn volk weer te schande gemaakt worden.
(Joël 2:23-27)
De HEER brult vanaf de Sion,
Hij gromt vanuit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar voor zijn volk is de HEER een toevlucht,
Israël biedt Hij bescherming.
Dan zullen jullie inzien dat Ik, de HEER, jullie God,
woon op de Sion, Mijn heilige berg.
Jeruzalem zal een heilige stad zijn.
En in het huis van de HEER ontspringt een bron
die zelfs het droogste woestijndal bevloeit.
Nooit gaat Juda ten onder
en Jeruzalem blijft altijd bewoond
want de HEER woont op de SION.
(Joël 4:16-18,20,21)
Dan zal Ik het vervallen huis van David herbouwen.
Ik zal de muren herstellen en opbouwen wat is neergehaald.
Ik zal het lot van Mijn volk Israël ten goede keren.
Zij zullen hun verwoeste steden herbouwen en erin
wonen, ze zullen wijngaarden planten en de wijn
ervan drinken, ze zullen tuinen aanleggen en de vruchten
ervan eten. Ik zal hen terugplanten in hun grond en
zij zullen niet meer worden uitgerukt uit het land dat
Ik hun heb gegeven - zegt de HEER, jullie God.
(Amos 9:11, 14,15)
Jubel, vrouwe Sion,
zing van vreugde Israël,
juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem!
De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan
en je vijand verdreven.
Op die dag zal men
tegen Jeruzalem zeggen:
»Wees niet bang, Sion!
Laat de moed niet zinken!»
De HEER, je God, zal in je midden zijn,
Hij is de Held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou,
in Zijn liefde zal Hij zwijgen,
in Zijn vreugde zal Hij over je jubelen.
Alle treurenden al Ik bijeenbrengen,
verzamelen wie op je feesten moesten ontbreken.
Hun vernedering drukte zwaar op de stad.
In die tijd zal Ik afrekenen met je verdrukkers,
de kreupelen zal Ik redden,
de verstrooiden bijeenbrengen.
En hen die in de hele wereld werden veracht
zal Ik met eer en roem overladen.
In die tijd breng Ik jullie terug.
Ik zal jullie verzamelen,
je zult met eer en roem overladen worden
door alle volken op aarde.
Met eigen ogen zullen jullie zien hoe Ik
je lot ten goede keer - zegt de HEER.
(Sefanja 3:14-20)
Op die dag zul je zeggen:
‘Ik zal U loven, HEER.
U bent woedend op mij geweest,
maar Uw toorn is geweken, U troost mij.
God, Hij is mijn redder.
Ik heb een vast vertrouwen, ik wankel niet,
want de HEER is mijn sterkte, Hij is mijn beschermer,
Hij heeft mij redding gebracht.»
Vol vreugde zullen jullie water putten
uit de bron van de redding.
Op die dag zullen jullie zeggen:
‘Loof de HEER, roep Zijn naam uit.
Maak alle volken Zijn daden bekend,
verkondig Zijn verheven naam.
Zing een lied voor
de HEER:
wonderbaarlijk zijn Zijn daden.
Laat heel de aarde dit weten.
Jubel en juich, inwoners van Sion,
want groot is de Heilige van Israël,
die in jullie midden woont.»
(Jesaja 12)
‘Heb je gehoord wat de mensen zeggen? "De HEER
heeft de twee volken die Hij had uitgekozen verworpen."
Ze schrijven Mijn volk af en zien het niet langer
als een volk.
Maar dit zegt de HEER: Ik heb een verbond met
de dag en de nacht gesloten en de hemel en de aarde
aan vaste wetten onderworpen. Zomin als Ik die zal
verwerpen, zal Ik het nageslacht van Jakob en van
Mijn dienaar David verwerpen. Ik zal hun lot ten goede
keren en Mij over hen ontfermen.»
(Jeremia 33: 24-26)
Halleluja!
Zing voor de HEER een nieuw lied,
noem Hem te midden van Zijn getrouwen.
Laat Israël verheugd zijn over Zijn machtige Maker,
het volk van Sion juichen om Zijn Koning.
Laten zij dansend Zijn naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.
Ja, de HEER vindt vreugde in Zijn volk,
Hij kroont de vernederden met zege.
Laten Zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te rusten gaan,
met lofzang voor God uit hun kelen,
een tweesnijdend zwaard in hun hand.
(Psalm 149: 1-6)
Israël, jij bent zo kostbaar in Mijn ogen,
zo waardevol, en Ik houd zo veel van je
dat Ik de mensheid geef in ruil voor jou»
ja alle volken om jou te behouden.
Wees niet bang, want Ik ben bij je.
Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug,
uit het westen breng Ik jullie bijeen.
Tegen het noorden zeg Ik: Geef hier!
Het zuiden gebied Ik: Laat los!
Breng Mijn zonen van verre,
Mijn dochters van de einden der aarde,
allen over wie Mijn naam is uitgeroepen.
Ik, Ik ben de HEER!
Buiten Mij is er niemand die redt.
Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd,
laat het verleden nu rusten.
Zie Ik ga iets nieuws verrichten,
nu ontkiemt het - heb je het nog niet gemerkt?
Nu dan, luister, Jakob, Mijn dienaar,
Israël, dat Ik heb uitgekozen:
Ik zal water uitgieten op dorstige grond,
waterstromen over het droge land.
Ik zal mijn Geest uitgieten over je nazaten
en Mijn zegen over je telgen.
(Jesaja 43:4-6,11,18,19/ 44:1,3)
Sion zegt:
‘De HEER heeft mij verlaten,
mijn HEER is mij vergeten.»
Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten
of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?
Zelfs al zou zij het vergeten,
Ik vergeet jou nooit.
Ik heb je in Mijn handpalm gegrift,
je muren staan Mij steeds voor ogen.
Je kinderen haasten zich terug naar huis.
Dit zegt God, de
HEER:
Ik zal Mijn hand opheffen naar vreemde volken,
Ik steek Mijn vaandel voor hen op.
Ze nemen je zonen op hun arm
en dragen je dochters op hun schouders.
Koningen zullen je verzorgen,
vorstinnen zullen je zogen.
Ze zullen voor je knielen, zich diep vooroverbuigen.
Dan zul je erkennen
dat Ik, de HEER, je Redder ben,
je Beschermer, de Machtige van Jakob.
(Jesaja 49:14-17, 22, 23, 26)
Wees niet bang, Mijn dienaar Jakob,
heb geen angst, Israël - spreekt de HEER.
Ik zal je uit dat verre land bevrijden,
uit ballingschap breng Ik je nageslacht terug.
Het volk van Jakob keert terug en zal in vrede leven,
zonder zorgen, zonder dat het nog wordt opgeschrikt.
Ik sta je ter zijde en zal je bevrijden.
Weet dat Ik je zal genezen,
Ik zal je wonden helen - spreekt de HEER -
ook al noemt men je Verworpene en zegt men:
"Naar Sion kijken we niet meer om."
Dit zegt de HEER:
In de woestijn kreeg Ik Israël lief,
het volk dat aan vernietiging ontkomen was.
Van ver ben Ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël.
Ik heb je altijd liefgehad,
Mijn liefde zal je altijd vergezellen.
Ik breng je weer tot bloei.
Je zult weer dansen in de rei.
Ik laat hen uit het noorden terugkeren
en breng hen samen van de einden der aarde.
Ook blinden en lammen komen mee,
ook zwangere vrouwen, en vrouwen in barensnood.
In dichte drommen keren zij terug.
Zij komen terug in tranen,
ze heffen smeekbeden aan,
en Ik zal hen leiden.
Ik breng hen naar stromende beken.
Want Ik ben voor Israël een Vader,
en Efraïm is Mijn eerstgeboren zoon.
(Jeremia 30: 10, 11, 17/ 31:2-4, 8, 9)
Ik zal de inwoners samenbrengen uit
alle landen waarheen Ik ze in Mijn grote
woede en toorn verdreven heb, ze terugbrengen
naar deze stad en ze er in vrede laten wonen.
Zij zullen Mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn.
Ik zal hen één van hart en één van zin maken,
zodat ze altijd ontzag voor Mij zullen hebben en
het hun nageslacht goed zal gaan.
Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, Ik
keer Mij nooit meer van hen af en zal hen altijd
zegenen. Ik zal hen met ontzag voor Mij vervullen,
zodat zij zich nooit meer van Mij zullen afkeren.
Ik zal er weer vreugde in vinden hen te zegenen
en zal hen voorgoed in dit land planten.
Met hart en ziel zal Ik dat doen.
Dit zegt de HEER: zoals Ik over dit volk al dit
grote onheil heb gebracht, zo zal Ik het al het
goede brengen dat Ik hen beloof.
(Jeremia 32:37-42)
‘HEER, al getuigen onze wandaden tegen ons,
grijp toch in omwille van Uw naam.
Talloze malen waren wij U ontrouw,
Wij hebben tegen U gezondigd.
Bron van hoop voor Israël,
Redder in tijden van nood,
waarom bent U als een vreemdeling in dit land,
als een reiziger die maar één nacht blijft?
Waarom bent U als een radeloze man,
als een soldaat die ons niet kan redden?
U bent toch in ons midden, HEER,
Wij behoren U toch toe?
Laat ons niet in de steek.»
(Jeremia 14: 7-9)
Word wakker, HEER, waarom slaapt U?
Ontwaak! Verstoot ons niet voor eeuwig.
Waarom verbergt U Uw gelaat,
waarom vergeet U onze ellende, onze nood?
Onze ziel ligt neergebogen in het stof,
ons lichaam vastgekleefd aan de aarde.
Sta op, kom ons te hulp,
verlos ons, omwille van Uw trouw.
(Psalm 44 : 24-27)
God, breng mij (Israël) uitkomst,
HEER, kom mij haastig te hulp.
Dat beschaamd en vernederd worden
wie mij naar het leven staan,
met schande terugwijken
wie mijn ongeluk zoeken,
beschaamd zich omkeren
wie de spot met mij drijven.
Wie bij U hun geluk zoeken
zullen lachen en vrolijk zijn,
wie van U hun redding verwachten
zullen steeds weer zeggen:
‘God is groot!»
Ik ben arm en zwak,
God, kom haastig,
U bent Mijn helper, Mijn bevrijder,
HEER, wacht niet langer.
(Psalm 70)